Uitverkiezing

 

Een moeilijk onderwerp.
Waarom? Omdat gebleken is in de loop der tijden, dat men het ook negatief kan bekijken. 'Ik hoop het maar dat God mij uitverkoren heeft' Of: 'Het heeft toch allemaal geen zin, het is God die wikt en beschikt' en ga zo maar door.
Des te meer reden om de bijbel er eens op na te slaan. Waar begint het allemaal? Wanneer heeft God mensen uitverkoren?
Dat kunnen we lezen in Efeze


Efeze 1:4

"Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld".
Er staat ook nog bij waarom God ons heeft uitverkoren: "opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht."

God heeft ons uitverkoren. Niet zomaar, nee, Hij heeft ons uitverkoren in Hem.
Wie is 'Hem'?
Dat staat in vers 3: 'Christus'.
God de Vader heeft ons uitverkoren in Christus.
Jezus Christus is het grote Middelpunt waar alles om draait. Zoals we net gelezen hebben zijn wij, al voor de grondlegging der wereld in Hem uitverkoren. De allereerste uitverkorene was Jezus Christus. Al voor de grondlegging der wereld.
In het Oude Testament lezen we in Jesaja:


Jesaja 42:1

"Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren."

Deze knecht, deze uitverkorene, is de Messias (in het Grieks: Christus).
In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus met een paar discipelen een berg was opgegaan en daar voor hun ogen veranderde.


Lucas 9:35

" En er klonk een stem uit de wolk, die zeide: Deze is mijn Zoon, de uitverkorene, hoort naar Hem."

In 1Petrus 2 lezen we nog meer bijzonderheden. Hier wordt Jezus de 'levende steen' genoemd en 'de hoeksteen'. Wie op Hem - de uitverkoren en kostbare hoeksteen - zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

Als we het dus hebben over uitverkorenen, moeten we ons realiseren dat het allemaal begint bij Jezus. Hij is de Hoeksteen.
De hoeksteen, daar begint de bouw van een huis mee. Eerst wordt de hoeksteen gelegd, dan volgt de rest.
Zo zegt Petrus: "Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis."

Dit klinkt allemaal logisch, maar er ontbreekt nog wel het een en ander aan dit verhaal.
We lazen dat God 'ons' heeft uitverkoren. Wie zijn die 'ons'? En zijn er ook nog anderen uitverkoren?
Laten we eens wat nadenken over hoe het allemaal zo kwam. We lazen dat God ons al had uitverkoren voor de grondlegging der wereld. Waarom was dat?


Voor de grondlegging der wereld

Zo, op het eerste gezicht, lijkt het duidelijk wanneer dat was. Je zou zeggen: voordat de wereld geschapen werd.
Toch klopt dit niet.
Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, is Katabole.
Dat betekent niet grondlegging, maar terneerwerping.

Zoals het in de oorspronkelijke tekst van de bijbel staat, heeft God ons dus niet uitverkoren voordat de wereld er was, maar voordat die terneergeworpen werd.

Werd de aarde dan terneergeworpen?
Misschien lijkt deze vraag niet zo belangrijk, maar als we willen begrijpen waarom God ons heeft uitverkoren, moeten we toch ingaan op deze vraag.
Het vreemde is, dat de vertalers blijkbaar niet zo goed raad wisten met dit woord en het toen vertaald hebben op een manier die paste in hun gedachtenpatroon. We zien, merkwaardig genoeg, nog een keer zo'n 'vertaalfout'. En wel in het tweede vers van de bijbel. Het aparte is, dat deze twee teksten ook nog eens met elkaar te maken hebben.
In Genesis 1 lezen we:

Genesis 1:2

"En de aarde nu was woest en ledig en de duisternis lag op de vloed..."

Er hoort te staan: "En de aarde nu werd woest en ledig..." De vertalers hadden blijkbaar het idee dat dit niet kon kloppen. In het eerste vers staat dat God de hemelen en de aarde schiep. En dan heeft de Heilige Geest gelijk in het tweede vers laten opnemen dat de aarde woest en ledig werd. Hoe kan dat, dachten de vertalers waarschijnlijk: als er nog niet gezondigd was, waarom zou de aarde dan woest en ledig zijn geworden?
Door bijbel met bijbel te vergelijken hadden ze kunnen weten wat er bedoeld is. De Hebreeuwse woorden die hier gebruikt zijn: Tohu wa bohu, betekenen 'woest en ledig'. Ze komen slechts twee keer voor in de bijbel, één keer in Genesis 1:2 en één keer in
Jesaja 45.
Als we lezen wat daar staat, zien we dat die woorden zijn vertaald met: een baaierd.
Wat verder opvalt is dat de Here God zegt:

Jesaja 45

18 "Want zo zegt de Here, die de hemelen geschapen heeft (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Here en er is geen ander."

God heeft de aarde dus niet 'tohu wa bohu' geschapen, niet woest en ledig! Hij heeft haar ter bewoning geschapen.

Hoe kwam het dan dat de aarde woest en ledig werd, of zoals we in het N.T. lezen, terneergeworpen werd?
Dat heeft met de voorgeschiedenis te maken. De mensen waren niet de eerste aardbewoners. Nee, wees maar niet bang, ik geloof niet in marsmannetjes. Ik heb het heel serieus over dingen die in de bijbel staan. Dingen die er toe geleid hebben dat God besloot om mensen te scheppen. Mensen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Hoe dat zit ga ik nu niet tot in detail uitwerken, maar het staat allemaal in de bijbel. In andere bijbelstudies is dat verder uitgewerkt. Maar mocht je nog niet weten waar ik het over heb, dan zal ik het in het kort proberen uit te leggen.

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. En net zoals God later Adam op deze wereld plaatste om te 'heersen', zo heeft Hij, voordat vers 2 van Genesis 1 aan de orde komt, engelen geplaatst op de aarde. God heeft altijd al een plan gehad om zijn Koninkrijk te vestigen. Ik weet niet waarom Hij de aarde daarvoor koos, maar Hij deed het. In Zijn plan paste het dat Hij niet een alleenheerser zou zijn. Hoewel God alwetend is, heeft Hij Zijn plan eerst in werking gesteld met de schepselen die er waren voordat er mensen bestonden, de engelen. God heeft een structuur, een hiërarchie, aangebracht bij die engelen, met aan het hoofd het machtigste schepsel onder God: Lucifer.

Lucifer kreeg de opdracht te heersen over de aarde. En hij kreeg talloze engelen onder zich. Waarom God dat zo gedaan heeft weet ik niet. God moet geweten hebben dat Lucifer zich uiteindelijk tegen God zou verzetten. Lucifer wilde eigenlijk gelijk zijn aan God. (zie Jesaja 14 en Exechiël 28 -->)En dat is zijn ondergang geworden. Misschien heeft God dit allemaal laten gebeuren om de engelen daardoor te laten zien dat zij een keuze hadden. Een derde deel heeft verkeerd gekozen.

De rest wordt later gerekend tot de uitverkoren engelen.vgl. 1 Timoteüs 5:21.

Een ding is duidelijk, God had geen verlossingsplan voor de engelen (Hebreeën 2:16). Misschien heeft het ermee te maken dat engelen geesten zijn en eeuwig leven hebben.
Als gevolg van de val van de engel Lucifer, samen met een derde deel van de engelen, heeft God de aarde 'terneergeworpen' . De aarde werd woest en ledig en duisternis lag op de vloed. Maar al voordat God besloot dit te doen had Hij een nieuw plan. Terwijl Gods Geest over de wateren zweefde was er overleg in de hemel met het Woord. De aarde werd verlost van de woestheid en ledigheid. Alles werd weer goed. Het Woord werd de hoeksteen van Gods nieuwe plan. Een plan waarin deze keer geen schepselen de hoofdrol speelden die geesten waren en tot in alle eeuwigheden met hun zonden moesten leven, maar een plan waarin mensen zonen van God zouden zijn. En daardoor erfgenamen van God en Zijn Koninkrijk. Het Woord is de Schepper van de aarde zoals we die nu kennen.

Het Woord is God, maar kwam ook naar de aarde om als mens te leven.
Zijn naam is Jezus. (Joannes 1:1-14)-->

Hij wordt ook wel de tweede of de laatste Adam genoemd. (vgl. Romeinen 5:14; 1Korintiërs 15:21-22 en 45). De eerste Adam kreeg de opdracht te heersen over de aarde.
Hij zondigde en gaf de heerschappij over aan degene die hem verleidde tot zonde, de duivel, de gevallen engel Lucifer (2Petrus 2:19).   De tweede Adam is de Koning die eerst liet zien dat het mogelijk is God te gehoorzamen zonder te zondigen, en toen de straf die op de zonde stond op Zich nam.
Hij stierf in onze plaats. Maar, na drie dagen stond Hij op. Zo werd Hij de hoeksteen van een nieuw geestelijk huis.   En wij mogen onszelf als levende stenen laten gebruiken voor de bouw van dat geestelijke huis (1Petrus 2:5).

We weten nu zo'n beetje wanneer, maar ook waarom God een plan had gemaakt waarin gelovigen 'uitverkoren' worden genoemd.
Zijn de gelovigen, die te Efeze waren, de enige 'uitverkorenen'? Als ik die tekst nog eens goed lees, krijg ik de indruk dat Gods plan veel groter is. Al voordat de mensen geschapen werden heeft God het plan dat zijn nieuwe schepping, de mens, uitverkoren zou zijn om zonen van God te zijn. De eerste mens, Adam, was een zoon van God, zoals we kunnen lezen we in Lucas 3:38.
Adam kreeg de opdracht te heersen over de aarde. Ook kreeg hij een testgebod. God wilde Adam daardoor testen of hij God volledig vertrouwde. Zijn karakter moest een koning waardig zijn. Ook kreeg hij, samen met Eva, de opdracht vruchtbaar te zijn en talrijk en de aarde te vervullen met hun nakroost (Genesis 1:26-28).
We lezen nergens dat zij aan die opdracht ongehoorzaam waren. Wel wordt het snel duidelijk dat die gevallen engel het niet zo leuk vindt dat zijn heerschappij hem ontnomen is. De duivel gaat met list te werk om zijn heerschappij weer terug te krijgen. In de gedaante van een slang spreekt hij tot Eva:

Genesis 3:1-3

"God heeft zeker wel gezegd: gij zult niet eten van enige boom?"
De duivel wil de discussie op gang brengen, hij wist natuurlijk ook wel dat God dit niet zo gezegd had. En Eva wist dat ook.
Ze antwoord: "Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken, anders zult gij sterven".

Ho, wacht eens even. Had God dit zo gezegd? Nee, Eva voegt hier iets aan toe: "noch die aanraken". Waarom zou ze dat gedaan hebben? Ik denk dat ze, zolang als ze al voldeed aan Gods opdracht zich te vermenigvuldigen, haar kinderen steeds weer heeft gezegd: denk er aan, je mag niet aan die ene boom komen, want God heeft gezegd dat we niet van de vruchten van die boom mogen eten. Misschien denk je nu wel, dat is leuk verzonnen, maar wel erg speculatief. Als dat het enige was zou je gelijk hebben, maar er is meer. We zullen daar even naar kijken. Eva laat zich door de duivel verleiden en zondigt tegen God. Let overigens eens op het argument dat de duivel gebruikt: "God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn..." Wat een sluwheid. Uit ervaring wist hij dat dit leidt tot de ondergang. Voordat de mens er was, wilde hij zich ook gelijkstellen aan de Allerhoogste. Nu brengt hij Eva, maar ook Adam, er toe zich te bezondigen aan de grote zonde: gelijk willen zijn aan God. Als Eva later voor de Here staat, zegt Hij:

Genesis 3:16

"Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren..."

Hoe kan God nu zeggen dat Hij de moeite van Eva's zwangerschap zeer zal vermeerderen als ze nog nooit moeite heeft gehad met kinderen krijgen?
Als er niets is, kan het ook niet vermeerderd worden.
Adam en Eva moeten dus kinderen hebben gehad. Zelfs zoveel, dat zij al een behoorlijk eind op weg waren met de opdracht: wordt talrijk. Dat blijkt al snel na de zondeval. Nadat Kaïn zijn broeder Abel gedood heeft stuurt God Kaïn naar een ander land. Kaïn weet dat daar ook al mensen wonen, zelfs over de hele aarde. Kaïn zegt tegen God:

Genesis 4:14

"Gij verdrijft mij heden uit het land ... een zwerver en een vluchteling op de aarde; ieder die mij aantreft zal mij doden."

God zegt dan niet: Wat bazel je nou, je bent buiten je vader en je moeder de enige die er is. Nee, God wist dat de aarde al bevolkt was, geheel volgens zijn opdracht. Daarom zegt Hij tegen Kaïn: "ieder die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten."

Adam, zo hebben we gezien, wordt een zoon van God genoemd. Toen Adam en Eva voldeden aan hun opdracht de aarde te vervullen, kregen zij dus zonen Gods. Deze zonen Gods, die zich over de aarde verspreid hadden, kwamen op een gegeven ogenblik in aanraking met de nakomelingen van hen die na de zondeval geboren waren. De nakomelingen van Adam en Eva, van voor de zondeval, zagen toen "dat de dochters van de mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen". Dat was blijkbaar niet volgens Gods plan.
"De Here zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven nu zij zich misgaan hebben." (Genesis 6:1-3).

Niet alleen Adam en Eva zondigden, hun nakroost, die ook zonen van God waren, ook. Waarom God dat zo ziet, weten we niet precies, maar een feit is dat het God mishaagde wat ze deden. Zijn Geest zou niet altijd in de mens blijven. In de kracht van die Geest hadden ze zich kunnen verweren tegen de aanvallen van satan. Net als Jezus later in de woestijn. Daar probeerde de duivel Jezus te verleiden. Uiteindelijk probeerde hij Jezus te verleiden hem te aanbidden. Als tegenprestatie zou hij dan al de koninkrijken en hun heerlijkheid aan Jezus geven. De duivel kon Hem dat allemaal aanbieden omdat hij de overste over deze wereld is. Sinds wanneer was hij dat dan? Sinds Adam de duivel meer geloofde dan God. Adam was de door God aangestelde heerser over de aarde, maar hij heeft zich door de redeneringen van de slang laten overmeesteren en is zo een slaaf van de duivel geworden (2Petrus 2:19).
Jezus is geen slaaf van de duivel geworden. Hij overwon door het Woord van God te gebruiken.

Dat de moeite van zwangerschappen zeer bemoeilijkt zou worden, was niet het enige wat God zei na de zondeval. Gelukkig was er nog iets veel belangrijkers. Tegen de slang zei God:

Genesis 3:15

"Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen."

In het N.T. wordt duidelijk, dat met 'haar zaad' Jezus Christus bedoeld wordt. We komen daar nog op terug.

Het Woord, de Schepper, zou zelf mens worden en de straf die op de overtreding van Gods gebod stond, op Zich nemen. Zo werd Jezus de hoeksteen van het huis dat God wilde bouwen. Een geestelijk huis, waarin mensen, na het offer van Jezus aanvaard te hebben, zich konden voegen als levende stenen.

Toen Adam zondigde werd hij een slaaf van de duivel. De heerschappij die Adam over de aarde voerde gaf hij daarmee over aan Gods tegenstander: de duivel. Jezus heeft de duivel overwonnen op het kruis. Het was toen D-day, de dag van de beslissing. Als Jezus terugkomt zal de heerschappij die satan over de wereld voert definitief eindigen. Dan zal Jezus op de troon zitten en de uitverkorenen zullen met Hem regeren.

We moeten nog wel het een en ander uitzoeken om een beter idee te krijgen wie de uitverkorenen nu zijn. In de bijbel wordt, in verband met de uitverkoren, gesproken over nakomelingen van Abraham als over 'ons'. Om die link te begrijpen moeten we ons eerst maar eens wat verdiepen in het onderwerp: nakomelingen van Abraham.


De nakomelingen van Abraham

Abraham is de eerste mens in de bijbel die door God uitverkoren werd genoemd. Abraham werd de stamvader van Israël, het uitverkoren volk. God zei over Abraham:

Genesis 18:19

"Want Ik heb hem gekend (uitverkoren) opdat ... hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heren zou bewaren door gerechtigheid en recht te doen opdat ... de Here aan hem vervulle wat Hij over hem gesproken heeft."

Het nageslacht begint in eerste instantie met Isaac en Jacob. Dat wil zeggen, zij zijn de nakomelingen die een eerstgeboorterecht krijgen.
Jacob kreeg van God de naam Israël. Zijn zonen zijn dus nakomelingen van Israël. Israëlieten.
Twaalf zonen. Twaalf stamvaders van het volk Israël. Het uitverkoren volk. Het volk waaruit DE UITVERKORENE zou voortkomen. Het beloofde zaad dat satan de kop zou vermorzelen.
Het staat zo mooi omschreven in Openbaring.


Openbaring 12

" 1 En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; 2 en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.... 5 En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf".
Dit laatste deel is nog toekomst maar zal zeker gebeuren. Het nageslacht van Abraham kwam in Egypte terecht, maar God heeft hen daaruit bevrijd. Met grote kracht heeft Hij hen zelf uit Egypte geleid.


Deuteronomium 4:37

"omdat Hij uw vaderen heeft liefgehad en hun nakroost heeft uitverkoren."


Deuteronomium 7:6

Hij heeft hen "uit alle volken uitverkoren om zijn eigen volk te zijn."


Deuteronomium 10:15

"Alleen aan Israëls vaderen heeft de Here zich verbonden en liefgehad en aan het nakroost van de vaderen."

God ging niet alleen met Abraham een verbond aan, Hij ging met heel het nageslacht van Abraham, met Israël een verbond aan. Dat gebeurde in de woestijn, na de uittocht uit Egypte. Op de berg Sinaï gaf God Israël zijn volmaakte wet.
Waarom gaf God de wet aan Israël?


Galaten 3:19

Dat deed Hij "om de overtredingen te doen blijken"

God voegde de wet bij de beloften die Hij aan Abraham deed. Paulus legde het zo uit aan de Galaten:

Galaten 3

" 15 Broeders, ik spreek op menselijke wijze: zelfs het testament van een mens, dat rechtskracht verkregen heeft, niemand kan het ongeldig maken of er iets aan toevoegen.
16 Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.
17 Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament, waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen.
18 Immers, als de erfenis van de wet afhangt, dan niet van de belofte; en juist door een belofte heeft God aan Abraham zijn gunst bewezen.
19 Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van [God] door engelen in de hand van een middelaar gegeven.
20 Een middelaar is niet [de vertegenwoordiger] van een; God echter is een.
21 Is de wet dan in strijd met de beloften Gods? Volstrekt niet! Want indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn.
22 Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven.
23 Doch voordat dit geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het geloof, dat geopenbaard zou worden.
24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden.
25 Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.
26 Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus.
27 Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.
28 Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus.
29 Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen."

Over welke beloften gaat het hier?
Er zijn natuurlijke en geestelijke beloften aan Abraham gegeven. De natuurlijke beloften hebben te maken met het natuurlijke volk Israël, de geestelijke beloften zijn voor allen die geloven, zowel uit de Israëlieten als uit de heidenen (volken). (Aantekening)

Voor ons is het nu van belang om te zien welke beloften God gegeven heeft aan Abraham welke doorwerken tot op heden, en tot op ons.

Twee beloften, die voor ons van belang zijn, vinden we ook in het N.T. aangehaald.


Galaten 3:8

"En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen (volken) uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd (de belofte gedaan): In u zullen alle volken gezegend worden."
En in Romeinen 4

Romeinen 4

13 "Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs." Deze beide beloften krijgen hun vervulling in 'het zaad', ofwel in Jezus Christus.


Romeinen 9

In Romeinen spreekt Paulus over: "mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4 immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; 5 hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
6 Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, 7 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaac zal men van nageslacht van u spreken.
8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht."
Abraham had meerdere kinderen, de bekendste zijn Ismaël en Isaac. Hoewel Ismaël de eerstgeborene was mocht hij van God niet het eerstgeboorterecht krijgen. Dat moest Isaac krijgen. Isaac was de zoon die door God beloofd was. Paulus legt steeds weer uit dat zij die in het voetspoor gaan van Abrahams geloven in God, gelden als nageslacht. Of het nu om Israëlieten gaat of om gelovigen uit de heidenen (volken). In het stukje uit Galaten 3 hebben we gelezen dat "de Schrift alles heeft besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven."
'Geloven' is steeds weer het kernwoord.
Uit 'geloof' worden wij gerechtvaardigd.
Nu wij tot 'geloof' gekomen zijn, zijn wij niet meer onder de wet, die een tuchtmeester voor ons was, een pedagoog, een opvoeder.


Galaten 3:25-29

"Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed...Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen."

Erfgenamen van God, als zonen van God. Gelovigen vanuit Israël en gelovigen vanuit de heidenen (volken), ofwel de andere volken dan Israël. Is het natuurlijke volk van Israël dan niet meer het uitverkoren volk? Heeft God dat volk verstoten? Romeinen 11 "Volstrekt niet" zegt Paulus. Verderop vergelijkt hij Israël met een edele olijf waarvan enkele takken weggebroken zijn. Dat zijn de Israëlieten die niet geloven.
"17 Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, 18 beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt; niet gij draagt de wortel, maar de wortel u.
19 Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden.
20 Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees!"

De gelovigen uit de heidenen (volken) zijn dus tussen de takken geënt van Israël. Beide groepen gelovigen zijn één geworden in Christus en zijn samen de 'geestelijke' nakomelingen van Abraham..
Er zijn dus natuurlijke uitverkorenen en geestelijke uitverkorenen. Helaas zijn de natuurlijke nakomelingen van Abraham, Israël, God ontrouw geworden. Als gevolg van zonde van koning Salomo werden de twaalf stammen van Israël verdeeld in twee koninkrijken. Het koninkrijk Juda en het koninkrijk Israël. Juda bestond uit twee stammen en Israël uit tien stammen.
Juda had als hoofdstad Jeruzalem, en Israël Samaria. Israël werd ook wel Efraïm genoemd.

Het ging steeds verder bergafwaarts met de beide koninkrijken, voor zover het ging om hun relatie met God.
Het kwam zelfs zover dat de tien stammen door God van voor zijn aangezicht werden weggedaan. God wilde niet meer dat zij zijn vrouw waren. Zij kregen een scheidbrief van God en werden door de Assyriërs in ballingschap gevoerd. Nooit zijn ze meer teruggekomen in het land Israël.

In Jeremia 2 en 3 kunnen we daar het een en ander over lezen.
Later werd ook Juda in ballingschap gevoerd naar Babel. Zij mochten na zeventig jaar terugkeren naar Judea omdat zij zich bekeerden. Maar dat was niet met hun hele hart, zo kunnen we lezen in Jeremia 4. Toen Israël verdeeld werd in een tweestammenrijk en een tienstammenrijk was dat een daad van God. Ook de verbanningen, die een gevolg waren van het zich afkeren van God, waren daden van God. (Ezech.39-->)

Maar God gaat hun weer samenvoegen en hen brengen naar het land Israël.


Ezechiël 37

" 21 Zo zegt de Here Here: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen.
22 En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en een koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken.
23 Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn.
24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden.
25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaders gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn."

God laat zijn uitverkoren volk Israël niet los. Het is alleen tijdelijk terzijde gesteld.

Het heil is nu niet meer exclusief voor het uitverkoren volk Israël, maar is nu ook tot de heidenen (volken) gekomen (Romeinen 11:11).
Deze tijd van de tijdelijke terzijdestelling van de natuurlijke nakomelingen van Abraham, Israël, is de tijd die wij de genadetijd noemen. De tijd waarin wij nu leven. De tijd tussen Jezus' hemelvaart en Zijn wederkomst. In deze tijd worden geestelijke nakomelingen van Abraham geboren. Zij zijn geboren uit God.


Johannes 1

"12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven;
13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn."


Het Oude en het Nieuwe verbond

Twee soorten nakomelingen heeft Abraham. Natuurlijke en geestelijke nakomelingen.
Met de natuurlijke nakomelingen, het volk Israël, ging God een verbond aan. Dat gebeurde op de berg Sinaï. Met de geestelijke nakomelingen van Abraham gaat God ook een verbond aan. In de brief aan de Hebreeën wordt dat nader uitgelegd.


Hebreeën 8

"Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen, 9 niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn."

Deze teksten staan niet alleen in de brief aan de Hebreeën, ze staan ook in het Oude Testament in het boek Jeremia.
Ze zijn gericht aan het huis van Juda en het huis Israëls, ofwel aan het twee-stammen-koninkrijk en aan de tien-stammen die in ballingschap zijn weggevoerd en nooit zijn teruggekomen. En toch staan ze ook in het Nieuwe Testament om daardoor de Nieuw Testamentische gelovigen iets duidelijk te maken. De Heilige Geest wilde hierdoor duidelijk maken dat beloften aan het natuurlijke volk Israël voorvervuld zijn en worden in het leven van iedere gelovige persoonlijk. Een zeer uitgebreide verhandeling hierover, inclusief bewijzen, is te vinden in de bijbelstudie over Israël, daarom ga ik hier nu niet verder in op die voorvervulling.

Het gaat hier in Hebreeën om twee verbonden. Het eerste verbond is niet zonder bloed ingewijd. Mozes nam het bloed van kalveren en bokken en zei: "Dit is het bloed van het verbond dat God u heeft voorgeschreven... "


Hebreeën 9

iets verderop in wordt duidelijk gemaakt, dat "...nagenoeg alles volgens de wet met bloed wordt gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving."

De briefschrijver, geleid door de Heilige Geest, legt dan verder uit hoe er een hemels, een geestelijk, heiligdom is, dat ook gereinigd moest worden met bloed. Niet met het bloed van dieren, maar met het bloed van betere offeranden.
"23 Noodzakelijk moesten dus hiermede de afbeeldingen van de hemelse dingen gereinigd worden, maar de hemelse dingen zelf met betere offeranden dan deze.
24 Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; 25 ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, 26 want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen."

Het gaat hier om twee verbonden. Twee testamenten (zoals het woord ook vertaald kan worden).


Hebreeën 9:15

Jezus is "de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden."

Bij een erfenis hoort een testament. En zo'n testament wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is. Dat was de reden dat het eerste verbond, in de woestijn, werd ingewijd met bloed. En ook het tweede verbond, of testament, werd ingewijd met bloed. Het kostbare bloed van Jezus.
Als we dit alles nog eens nader bekijken in verhouding tot de nakomelingen van Abraham, dan zien we "dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin en één bij de vrije. Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen (of zoals het elders vertaald is: verbonden of testamenten)." (Galaten 4:22-24). Paulus wil de Galaten duidelijk maken hoe het zit met die twee verbonden. Ze hebben beide met de nakomelingen van Abraham te maken. Het gaat nu niet om de nakomelingen van Ismaël of die van Isaac. Het gaat niet om mensen, maar om de diepere zin die in dit verhaal zit.
Het gaat om twee verbonden, ofwel twee testamenten. Het oude verbond en het nieuwe verbond. Het verbond dat bekrachtigd is met het bloed van kalveren en bokken, en het verbond dat bekrachtigd is met het bloed van Jezus Christus. Het ene verbond is dat "van de berg Sinai, die slaven baart, dit is Hagar.


Galaten 4:25

25 "Het [woord] Hagar betekent de berg Sinai in Arabië. Het staat op een lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij."
Dit verbond is gebaseerd op de wet. De wet doet zonde kennen. De zonde maakt een slaaf van je. Een slaaf van de zonde. Alleen door te sterven is daar vanaf te komen (Romeinen 6:6-7).

Het andere verbond is het nieuwe verbond, het verbond waarbij de wetten niet meer op stenen tafelen staan, maar in de harten staan geschreven van hen die geloven. Het is het verbond dat werd ingewijd met het bloed van Jezus Christus.

Het is het verbond waardoor wij met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend worden (Efeze 1:3). Het is het verbond dat ons uit God geboren doet zijn. Het is het verbond van "de berg Sion, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem." (Hebreeën 12:22 ).


Galaten 4:24-26

26 "Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder."

Wij, die uit God geboren zijn, hebben het hemelse Jeruzalem tot moeder.

In Openbaring 21 lezen we nog meer over het hemelse Jeruzalem.

Openbaring 21

"9 En er kwam een ... engel ... en hij sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.
10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg, en hij toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God."

Het nieuwe Jeruzalem, de bruid, de vrouw van het Lam, is onze moeder.

Onze moeder?

Wordt niet algemeen geleerd in de kerken dat de gemeente de bruid is? (Aantekening). Als Paulus die teksten zo heeft opgeschreven in Galaten 4, geeft hij ook nog een reden waarom het hemelse Jeruzalem onze moeder is. Hij haalt een tekst aan die in het Oude Testament staat. Hij wil met deze tekst bewijzen dat het waar is wat hij zegt:


Galaten 4:27

"Want er staat geschreven: Verheug u, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij die geen weeën kent; want talrijker zijn de kinderen der eenzame dan van haar, die een man heeft."

Hoe wordt door deze tekst de link gelegd naar het hemelse Jeruzalem, dat de moeder is van de vrijen?
Om daar wat meer inzicht in te krijgen is het natuurlijk verstandig dat gedeelte uit het O.T. te lezen in zijn context. Het staat in Jesaja.


Jesaja 54

" 1 Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt, want de kinderen der eenzame zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de Here.
2 Maak de plaats voor uw tent wijd, en men spanne de kleden uwer woningen uit, wees er niet karig mee, maak uw touwen lang en sla uw pinnen vast.
3 Want naar rechts en links zult gij uitbreiden en uw nageslacht zal de volken in bezit nemen en de verwoeste steden bevolken.
4 Vrees niet, want gij zult niet beschaamd staan; word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; ja, gij zult de schande van uw jeugd vergeten en aan de smaad van uw weduwschap niet meer denken.
5 Want uw man is uw Maker, Here der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.
6 Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Here geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd, zegt uw God.
7 Een kort ogenblik heb Ik u verlaten, maar met groot erbarmen zal Ik u tot Mij nemen;
8 in een uitstorting van toorn heb Ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid ontferm Ik Mij over u, zegt uw Losser, de Here.
9 Dit is Mij als in de dagen van Noach: zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen.
10 Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Here.
11 Gij, ellendige, door storm voortgedrevene, ongetrooste, zie, Ik leg uw stenen in blinkend erts, Ik grondvest u op lazuurstenen,
12 Ik maak uw tinnen van robijnen, uw poorten van karbonkelstenen en uw gehele omwalling van edelsteen.
13 Al uw zonen zullen leerlingen des Heren zijn, en het heil uwer zonen zal groot zijn;"

Dit is een van de vele, gelijksoortige, profetieën die de Here God gegeven heeft aan zijn volk Israël. Hij zal hen weer met groot erbarmen tot zich nemen.
Vers 1 was de tekst die Paulus aanhaalde. De eenzame staat hier tegenover de gehuwde. Iets verderop lezen we (vs.4) dat de eenzame weduwe is. Eerst werd ze door haar man verlaten en later werd ze weduwe. Maar de Here zal zich weer over haar ontfermen. Zij zal opnieuw gebouwd worden. De omschrijving van dat nieuwe bouwwerk lijkt sterk op de omschrijving van het nieuwe Jeruzalem in Openbaring; het hemelse Jeruzalem, de bruid van Christus.
Deze eenzame, krijgt heel veel kinderen. En haar zonen zullen allemaal leerlingen des Heren zijn. Het zal niet zo zijn dat de een de ander dingen leert over God, zoals dat nu bij ons het geval is, nee zij zullen allen de Here kennen en Hij zal hun leermeester zijn.


Hebreeën 8

" 11 En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen."

Deze tekst uit Hebreeën 8 is ook een aanhaling uit het Oude Testament. En omdat het hier over dezelfde dingen gaat is het goed dat gedeelte er ook maar eens bij te betrekken.
We hebben net in Jesaja gelezen over zonen die leerlingen des Heren zullen zijn, en nu lezen we weer zoiets in Hebreeën 8.
Deze teksten hebben beide te maken met een nieuw verbond.
Die aanhaling uit het Oude Testament, die in hebreeën 8 staat, legt dat nog eens nadrukkelijk uit.
"Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,"
Let op, de Here geeft deze belofte aan Juda en Israël, de natuurlijke nakomelingen van Abraham, en toch worden deze woorden gebruikt in het Nieuwe Testament om aan te tonen dat dit van groot belang is voor de gelovige nakomelingen van Abraham. Niet alleen van het volk Israël maar ook uit de heidenen (volken). Met andere woorden, er is een verband tussen het Israël-van-de-toekomst en de gelovigen. Het natuurlijke volk Israël zal weer door God worden aangenomen en Hij zal een nieuw verbond met hen sluiten


Hebreeën 8

"9 niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn."

Wat is dan het verband tussen het Israël-van-de-toekomst, waar God een nieuw verbond mee zal sluiten, en de gelovigen in Jezus Christus?
Ook dit onderwerp komt uitgebreid aan de orde in de bijbelstudie over Israël, maar ik zal het hier in het kort uitleggen.
De beloften die God aan het Israël-van-na-de wederkomst van Jezus doet, zijn nu al van toepassing op de gelovigen in Jezus. Niet volledig, maar als een soort voorvervulling.
In de teksten, zoals we die lezen in Hebreeën 8, wordt duidelijk dat het beloofde 'kennen van de Here' straks vollediger zal zijn dan het nu is voor ons. Om maar een punt te noemen, wij hebben het nog steeds nodig dat wij onderricht worden door anderen om de Here te leren kennen, maar aan de andere kant hebben wij wel een zodanige relatie met Hem dat wij wel kunnen zeggen: ik ken de Here.
Een ander voorbeeld is de doop in de Geest, zoals die in Handelingen wordt beschreven. Lees, om te weten waarom, de studie over Israël. Dan is er ook nog een verband tussen het nieuwe Jeruzalem, Israël en de Nieuw Testamentische gelovigen. Paulus legt in Galaten 4 uit dat de Nieuw Testamentische gelovigen voortkomen uit het hemelse Jeruzalem, want zij is onze moeder. Hij haalt daarbij een tekst aan die duidelijk slaat op het Israël-van-de-toekomst.
Die tekst staat in Jesaja 54, zoals we al hebben gezien. Israël wordt hier aangesproken als de 'eenzame'. Zij staat tegenover de 'gehuwde'.
Die gehuwde, wie is dat? De profeet Ezechiël laat in het 16e hoofdstuk duidelijk zien hoe Israël ontstaan is en hoe de Here haar tot vrouw nam.


Ezechiël 16

8 "Ik ging onder ede een verbond (huwelijk) met u aan, luidt het woord van de Here Here; zo werd gij de mijne". Verderop in dit hoofdstuk spreekt de Here nog steeds over Israël:
32 "Zo'n overspelige vrouw, die vreemden aanhaalt, terwijl zij gehuwd is!"
In vers 36 wordt zij 'hoer' genoemd.
In vers 46 spreekt de Here over haar grote zuster 'Samaria'. En in vers 51 zegt de Here: "Samaria heeft nog niet de helft van uw zonden bedreven, gij hebt meer gruwelen gedaan dan zij. Zo hebt gij uw zuster onschuldig doen schijnen door al de gruwelen die gij bedreven hebt."
Samaria is de hoofdstad van het tien-stammen-rijk zoals we al eerder zagen.
In hoofdstuk 23 worden de twee volken, die beiden Israëlieten zijn, door de Here met de namen Ohola en Oholiba aangesproken. Ohola is Samaria (de 10 stammen) en Oholiba is Jeruzalem (de 2 stammen).

Ezechiël 23 5 "En Ohola pleegde overspel", zegt de Here, "terwijl zij mijn vrouw was"... 9 "Daarom heb Ik haar overgegeven in de macht van haar minnaars, in de macht van Assurs zonen."

De 10 stammen werden in Assyrische ballingschap gevoerd, nadat God hen verstoten en een scheidbrief gegeven had (Jeremia 3:8).
Zij zijn nooit meer teruggekeerd in Israël. Zo werd zij de 'eenzame'.
De kinderen die Jeruzalem (de 2 stammen) voortbracht, tot aan haar weduwschap, zijn minder talrijk dan de kinderen die de 'vrije', het hemelse Jeruzalem voortbrengt. In tegenstelling tot de 'vrije' brengt Jeruzalem 'slaven' voort. Slaven van de zonde, want zij zijn onder de wet, en wet doet zonde kennen. Van het overgebleven deel van Israël, de Joden, door Paulus 'de edele olijf' genoemd, werden later takken weggebroken. Dat waren de takken van hen die niet geloofden in Jezus Messias. Het overblijfsel geloofde wel, en waren en zijn zo de ware nakomelingen van Abraham. God heeft met zowel de 10 stammen als met de weggebroken takken nog steeds grootse plannen.
Onder andere Jeremia schrijft hier over.


Jeremia 31

" 31 Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.
32 Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren.
33 Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
34 Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken."
De Staten vertaling zegt in vers 32b: "hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE"

Na 1000 jaar Christusregering zal Israël opnieuw in het huwelijk treden met haar Heer. Zij is de bruid. En die bruid, die ook wel het nieuwe, hemelse, Jeruzalem wordt genoemd, brengt nu al, voordat zij gehuwd is, en dus nog de 'eenzame' is, kinderen voort. Zonen van God. En deze zonen zullen, omdat zij één zijn met Jezus, de bruid huwen.


Uitverkorenen

We hebben nu gezien hoe God, vanaf het moment dat het fout ging met Lucifer en een derde van de engelen, het plan heeft gehad mensen tot zonen van God te maken.
Een zoon heeft recht op de erfenis. Dat was Gods plan ook. God wilde, en wil dat nog steeds, Zijn Koninkrijk vestigen. Hij wil daarbij Zijn zonen, Zijn erfgenamen, medeverantwoordelijkheid geven in het regeren.
Adam was de eerste zoon van God. Helaas bleken Adam en Eva niet bestand tegen de verleidingen van de duivel, de vorige machthebber over de aarde. Zo kreeg de duivel weer de heerschappij over de aarde.
In Gods plan zou een nakomeling van Eva, aangeduid met het 'zaad', die macht weer aan de duivel ontnemen.

De duivel zou onttroont worden. (Hebreeën 2:15 ). God werkte zijn plannen verder uit en koos Abraham om vader te worden van Gods volk. Abraham is de eerste mens die 'uitverkoren' wordt genoemd in de bijbel.
Aan Abraham werden beloften gedaan en aan zijn 'zaad', dat wil zeggen aan Christus, zo als Paulus dat uitlegt in Galaten 3:16. Voordat Christus op aarde kwam, is uit Abraham een heel volk ontstaan: Israël.
Dit volk is het uitverkoren volk van God.
Maar Abraham heeft niet alleen 'natturlijke' nakomelingen, hij heeft ook 'geestelijke' nakomelingen. En zij, die naar de belofte nakomelingen zijn van Abraham, zijn erfgenamen.

Paulus legt uit dat allen die van Christus zijn, zaad van Abraham zijn, en naar de belofte erfgenamen. (Galaten 3:29).
Om het nog eens op een andere manier te zien vergelijkt Paulus, in Romeinen 11, Israël met een edele olijf. Van deze edele olijf worden takken weggebroken. Zij zijn om hun ongeloof weggebroken. En de gelovigen uit de heidenen (volken) zijn er als wilde loten tussen geënt.
Zo zijn wij deel geworden van het uitverkoren volk, dus uitverkorenen.
Het enige dat nodig is om een uitverkorene te zijn, is 'van Christus te zijn'.
Dat heeft met bekering te maken.

Als je niet weet wat dat is, of hoe dat moet, raad ik je aan het onderwerp: "Wat moet ik doen om tot God te komen?" te lezen. -->
De vraag komt naar voren of iedereen een uitverkorene kan zijn.
Duidelijk is, in het geval van Israël, dat er takken zijn weggebroken. We hebben gezien dat zij zijn weggebroken wegens hun ongeloof. Maar hoe zit het dan met de andere volken? Een van de meest bekende teksten van de bijbel is Johannes 3:16. Laten we het stukje waarin dat vers staat eens lezen.


Johannes 3

"14 Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, 15 opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe.
16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.
18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God." God heeft zijn geliefde zoon gegeven, opdat een ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe.
Er staat niet dat Jezus alleen voor uitverkorenen op de aarde is gekomen en zijn leven gegeven heeft. God wilde dat de wereld, dat zijn dus alle mensen, door Hem behoude worde. Dezelfde apostel Johannes schrijft in 1Johannes:

1 Johannes 2:1-2

"als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige;
2 en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld."

Als we deze teksten serieus nemen, is het duidelijk, dat de mogelijkheid om tot de uitverkorenen te horen, er voor iedereen is. Geloof en bekering zijn de enige voorwaarden. God zij geprezen!

En zo zijn we weer terug bij de tekst waar we mee begonnen: Efeze 1:4-7 "Hij (God) heeft ons immers in Hem (Jezus) uitverkoren vóór de grondlegging (terneerwerping) der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus ....En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen..."


Wacht…er is nog iets.

Een ander gezichtspunt

We hebben geleerd uit het Oude Testament hoe Israël het 'uitverkoren' volk is geworden. Maar beseffen we dat toen Jezus hier op aarde was Hij sprak tot het volk van Israël? Wij, gelovigen uit de andere landen, kunnen leren van de dingen die hij zei, maar ze werden gezegd tegen het volk van Israël.
Dus toen Jezus zei: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls" (Mattheüs 15:24), zei Hij dat tegen het volk Israel waarvan de meeste daar Joden waren.

En…

Lucas 19:10

"Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is".

En…

Johannes 10:16

"Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder."

Wie waren verloren?
De verloren schapen van het huis Israëls!
De kudde die in ballingschap gevoerd is.

We hebben gezien dat de Tien Stammen door de Assyriërs zijn weggevoerd. Uit de geschiedenis weten we dat zij verspreid zijn over vele volken.
Die Tien Stammen werden ook wel genoemd 'Efraïm'.
Efraïm was een zoon van Jozef en werd boven Manasse, die de oudste was, gezegend door Jacob (Israel). De zegen was o.a. dat "diens nageslacht zal een volheid van volken worden".
We hebben eerder gelezen wat er staat in Ezechiël 37. Twee stukken hout die samengevoegd gaan worden, Efraïm en Juda. Een volk, een kudde, zal het weer worden.

Paulus spreek daar ook over.

Romeinen 11

"25 Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis:een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, 26 en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat:
De Verlosser zal uit Sion komen,
Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.
27 En dit is mijn verbond met hen,
wanneer Ik hun zonden wegneem".

God heeft grote plannen met zijn volk Israel. Jezus was gezonden naar de verloren schapen van Israel.
De apostelen verspreiden het evangelie onder de Joden en de volken. Veel van hen, Joden, voormalige Israëlieten (Efraim) en andere mensen uit de volken werden volgelingen van Jezus.
Maar er zijn nog steeds een heleboel Israëlieten (Efraim) die niet geloven in de Messias. Hun zonden zullen worden weggenomen wanneer Jezus terug komt. Efraim en Juda zullen worden verenigd als Jezus zit op de troon in Jeruzalem (Sion).

Waar die Tien Stammen zijn weten we niet precies, maar God weet het. Ze zijn verspreid over de wereld. Vanuit Europa zijn ze naar Canada, Amerika, Australië en nog veel meer landen gegaan. Veel van die mensen die daar leven zijn van oorsprong Israëlieten, maar in het nieuwe Testament worden ze 'heidenen' genoemd, wat eigenlijk alleen maar 'andere volken dan de Joden' zijn.

Er is voor iedereen de mogelijkheid om tot de uitverkorenen te horen. Geloof en bekering zijn de voorwaarden. Maar er is dus ook nog de mogelijkheid dat je ook op grond van de natuurlijke afstamming behoort tot het uitverkoren volk van Israel. Interessant om te weten, maar om nu behouden te worden, of te zijn, is dat niet van doorslaggevende betekenis. Geloof en bekering zijn dat wel.


Twijfel je nog?

Misschien ben je wel iemand die twijfelt. Twijfelt of God toch niet alleen maar een bepaald aantal mensen heeft uitverkoren. Eigenlijk net zoals Israël door God was uitverkoren boven de andere volken. Die konden er ook niets aan doen dat ze niet uitverkoren waren, ja toch? Ten eerste heeft God daar toch in voorzien, zoals we in deze studie gezien hebben, maar er is meer. Als iemand zich aangetrokken voelde tot het volk Israël kon hij of zij er voor kiezen om ook Israëliet te worden. Daar waren natuurlijk regels voor, maar het was mogelijk.
Belangrijke voorbeelden zijn: Rachab en Ruth. Beide vrouwen waren geen Israëliet en toch werden zij dat wel. En niet een beetje derderangs, nee ze staan zelfs in het geslachtsregister van Jezus, zoals dat is opgeschreven in Mattheüs 1.
Naar het voorbeeld van deze mensen die zich aansloten bij het uitverkoren volk en zo ook uitverkorenen werden, kunnen ook 'heidenen' (volken) die denken dat ze niet bij de uitverkorenen horen, zich toch aansluiten bij de uitverkorenen.
Hoe?
Door te geloven in Jezus Christus.
Geloof dat Jezus Gods Zoon is.
Geloof dat Hij ook voor jou is gestorven aan het kruis van Golgotha. Dat Hij de straf die op jouw zonden stond op Zich heeft genomen.
Dan ben je eigenlijk samengegroeid met Zijn dood en zo samengegroeid met Hem zul je ook eeuwig leven hebben.


Romeinen 6

" 6 dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; 7 want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
8 Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, 9 daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem.
10 Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
11 Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.
12 Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, 13 en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. 14 Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade."

Als je met Christus gestorven bent, en dat is iets wat je zelf kunt beslissen of je dat wilt, dan leef je ook met Hem, je bent dan 'wederom geboren'. Je bent dan geboren uit Gods Geest. Dan is het hemelse Jeruzalem je moeder, en ben je een uitverkorene!

1 Timoteüs 5:21

"Ik betuig u voor God en voor Christus Jezus en voor de uitverkoren engelen, dat gij daaraan de hand houdt, zonder vooroordeel en zonder iets te doen uit vooringenomenheid."

Hebreeën 2:16

"Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham." (Exodus 34:18, NBG).

Romeinen 5:14; 1Korintiërs 15:21-22,45

Romeinen 5:14 "14 Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende." 1Korintiërs 15:21-22 "21 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." 1Korintiërs 15:45 "45 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest."

2Petrus 2:19

"immers, door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men"

1Petrus 2:5

"en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus."

Lucas 3:38

"Adam, de zoon van God".

Genesis 1:26-28

"En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt."

Genesis 6:1-3

"Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, 2 zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. 3 En de Here zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn."

Aantekening

Dit wordt allemaal uitvoerig behandeld in de bijbelstudie over Israël.

Romeinen 11:11

"Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen, om hen tot naijver op te wekken."

Galaten 4:22-24

" 22 Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, een bij de slavin en een bij de vrije. 23 Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. 24 Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinai, die slaven baart, dit is Hagar."

Romeinen 6:6-7

"6 dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; 7 want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde."

Efeze 1:3

"Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus." "12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus..."

Hebreeën 12:22

"Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen"

Aantekening

Dit onderwerp wordt uitvoerig besproken in de bijbelstudie die over de bruid van Christus gaat.

Jeremia 3:8

"Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israel, ter oorzake van haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had, dat haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde;"

Hebreeën 2:15

"...opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen"

Galaten 3:16

"Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus."

Galaten 3:29

" Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen."

Mattheüs 15:24

"Hij antwoordde:'Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël."