De laatste dingen
Deel 2 van 3 van deze bijbelstudie
Terstond na de verdrukking
   
Vers 29 van Matteüs 24 geeft een duidelijke tijdsbepaling.
Dit vers is het begin van een paar verzen die ‘het einde’ omschrijven.
Terug naar 'Laatste dingen'
deel 1
Door naar deel 3 van 'de laatste dingen'
Mattheus 24:29
Terstond na de verdrukking dier dagen” zullen er tekenen zijn aan de zon, de maan en de sterren.

Joël geeft dezelfde omschrijving van de tekenen aan deze hemellichamen, er staat bij, dat die tekenen zullen gebeuren voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.(Joël 2:30-31 -->)

30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.
31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.
(Joël 2:30-31, NBG).
Mattheus 24:30
Marcus 13:26
Lucas 21:27
“En dán zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel.”
Wat dat teken zal zijn wordt in deze verzen niet duidelijk. Misschien is het antwoord te vinden in Openbaringen.
Openbaring 11:19
“En te tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel en er kwamen bliksemstralen en stemmen en aardbevingen en donderslagen en zware hagel.”

In het Oude Testament was de ark al een beeld van Jezus.

Mattheus 24:30
“en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan”.
Openbaring 6:15-17
Vergelijk bij deze tekst ook Openbaring 6 “En de koningen der aarde en de groten en oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije, verborgen zich in de holen en rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan.”

Mattheus 24:30B
Marcus 13:26
Lucas 21:27
“en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote macht en heerlijkheid.”

Handelingen 1:11
Hier komt uit wat de engelen al voorspeld hadden: “Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.”

Mattheus 24:31
Marcus 13:27
Lucas 21:28
“En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels.”
“Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.”

Wie zijn die uitverkorenen?
Daar zijn twee mogelijkheden.
Deuteronomium 7:6
In o.a. Deuteronomium lezen we “...ú heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn.”
Jesaja 49:5-7
Jesaja zegt, dat God tot Jezus zegt: “Het is te gering, dat Gij Mij tot een Knecht zoudt zijn om de stammen van Jacob weder op te richten en de bewaarden van Israël weder terug te brengen; Ik stel U tot een licht der volken, opdat Mijn heil reike tot het einde der aarde.”
En zo is het heil tot de volken gekomen.
Zó is het heil tot ons gekomen.
1Petrus 1:12
Ook kunnen we o.a. in Petrus lezen dat de vreemdelingen, d.w.z. de volken die niet tot Israël behoren: uitverkoren zijn naar de voorkennis van God.
Romeinen 11:1
Heeft God dan zijn volk Israël verworpen? “Volstrekt niet!” zegt Paulus.
Als God zijn volk Israël niet verworpen heeft, zijn heden ten dage dus zowel de Israëlieten als de christenen uitverkorenen van God.
Mattheus 24:31
Marcus 13:27
Als er dus in de ‘rede over de laatste dingen’ staat : “Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels”, dan kan dit zowel op het volk Israël slaan als op de gelovigen.

Over het volk Israël staat o.a. geprofeteerd:
Jeremia
31:7-8
“de Here heeft zijn volk verlost, het overblijfsel van Israël. Zie, ik breng hen uit het Noorden en verzamel hen van de einden der aarde....in een grote schare zullen zij hierheen (het land Israël) terugkeren.”
Jeremia 31:10
En: “Hij, die Israël verstrooide, zal het verzamelen.”

1Thessalonisenzen 4:15-18
Over de christenen kunnen we o.a. lezen: “ wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.”

Als de Here zijn uitverkorenen verzameld, zijn dat dus zowel Israëlieten als gelovigen.
De Israëlieten in ‘het vlees’, het natuurlijke volk wordt bijeen verzameld in Israël.
De gelovigen veranderd in ‘geest’, het geestelijke volk, de Here tegemoet in de lucht.
De verwijzing in 1Thes.4 naar de wolken, doet denken aan Handelingen 1 en Mat.24/Luc.21/Marcus 13.
De Here komt op de wolken.
Wij gaan Hem tegemoet in de lucht, op de wolken.

Lucas 21:28
Lucas gaat verder met: “wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.”

Over welke dingen spreekt Lucas hier?
Deze tekst begint eigenlijk bij 21:20
“Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet...”

Mattheus 24:15
Marcus 13:14
en bij Matteüs en Marcus “wanneer gij dan de gruwel der verwoesting ziet staan waar hij niet hoort...”
“....richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.”

Deze verlossing kan weer slaan op beide volken: Het natuurlijke- en het geestelijke volk.

Jezus wil dat de discipelen, en later wij, dit goed zullen begrijpen, daarom geeft Hij een voorbeeld, een gelijkenis.
Mattheus 24:32
Marcus 13:28
Lucas 21:29
Hij vertelt over de vijgeboom. Als die uitloopt weet je dat de zomer nabij is. Zo moeten jullie, wanneer je deze voorspelde dingen ziet gebeuren, weten dat het einde nabij is.

Mattheus 24:34-35
Marcus 13:30-31
Lucas 21:32-33
“Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.”

Welk geslacht?
Mogelijk is: dit zondige geslacht, maar ook: dit geslacht van Israël. Een andere mogelijkheid is: dit geslacht wat deze dingen ziet gebeuren (zoals het omsingelen van Jeruzalem en het staan van de gruwel der verwoesting op de heilige plaats), dit geslacht wat dan leeft zal geenszins voorbijgaan voordat dit alles geschiedt.

Mattheus 24:36
Marcus 13:32
Wanneer dit alles zal gebeuren is niet bekend. Ook de engelen weten daar niets van, zelfs Jezus niet, alleen de Vader. Maar toch wil Jezus dat de discipelen niet helemaal in het duister tasten en geeft hen dus de beschreven voortekenen.
Bovendien wil Hij hen nog iets leren en dat doet Hij aan de hand van twee voorbeelden.
Beide voorbeelden zijn waar gebeurd en houden verband met Gods toorn en straf en uitredding van de Zijnen.
Het eerste voorbeeld gaat over Noach en de tijd waarin hij leefde.
Mattheus 24:37
Lucas 17:26
“Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.”

Net zoals in de dagen van Noach.
Wat gebeurde er toen?
De mensen van vóór de zondvloed aten, dronken en trouwden tot op de dag dat Noach de ark inging. Noach had ze al lang gewaarschuwd dat ze zich moesten bekeren omdat anders de straf van God over hen zou komen, maar ze trokken zich daar niets van aan. Ze gingen gewoon door met eten, drinken en huwen, net of God hen niet gewaarschuwd had.
Zó zal het ook gaan vlak voordat Jezus terugkomt. De mensen zullen leven alsof God niets zal doen, maar dan -plotseling- zal God toch Zijn plan volvoeren.
Noach ging op de dag van Gods toorn de ark in, op die dag werd Hij door God onttrokken aan de vernietiging.

Mattheus 24:37
Lucas 17:26
Jezus zegt: zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
De dag dat Hij komt, zal ook de dag van Zijn toorn zijn.
En net zoals Noach op die dag gered werd, zo zal Gods volk gered worden van de toorn.
Openbaring 11:19
We lezen in Openbaring dat de ark van zijn verbond dan zichtbaar zal zijn.

Het tweede voorbeeld gaat over Lot die gered wordt van de toorn die over Sodom en Gomorra werd uitgegoten.
Alles ging ook in die steden z’n gewone gang. En Lot was er nog maar net tussen uitgehaald of God verdelgde hen allen in Sodom en Gomorra.
Lucas 17:28
Lucas zegt: “Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de zoon des mensen geopenbaard wordt.”
De mensen zullen op die dag, dat Jezus komt eten, drinken, kopen, verkopen, planten en bouwen, maar op de dag dat Gods volk wordt uitgeleid, op die dag zal de toorn van God losbarsten.

Openbaring 6:17
“Wie kan (dan) bestaan?!”

Lucas 17:34
Mattheus 24:40
Op die dag, of zoals Lucas het zegt: nacht, zullen er twee in één bed zijn, de één zal aangenomen worden en de ander achtergelaten.
Dan zullen er twee in het veld zijn, één zal aangenomen worden, en één achtergelaten.
Is dit Goddelijke willekeur?
Johannes 6:47
Neen! Jezus zei: “Wie gelooft heeft eeuwig leven.”
Johannes 3:17
Een ieder die in Hem gelooft, gaat niet verloren, maar heeft eeuwig leven. “Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behoude worde.”

Lucas 17:31-33
“Wie op die dag (dat de Zoon des mensen geopenbaard wordt) op het dak zal zijn, terwijl zijn huisraad in huis is, ga niet naar beneden om het te halen, en wie in het veld is evenzo, hij kere niet terug.
Denkt aan de vrouw van Lot!
Ieder, die zijn leven zal trachten te behouden, die zal het verliezen, maar ieder, die het verliezen zal, die zal het vernieuwen.”

Mattheus 24:42
“Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.”
Hebreeen 2:1-4
In Hebreeën staat: Wij moeten aandacht geven aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven....hoe zullen wij ontkomen, indien wij geen ernst maken met het heil dat ons verkondigd is door de Heer en zijn discipelen.
1Thessalonisenzen 5:9
“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus.”
Marcus 13:33
“Ziet toe blijft waakzaam. Want gij weet niet wanneer het de tijd is.”
Mattheus 24:43
“Maar weet dit: Als de heer des huizes geweten had, in welke nachtwaak de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en in zijn huis niet hebben laten inbreken.”
1Thessalonisenzen 5:2,4
“Immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt als een dief in de nacht.”
“Maar gij broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u overvallen zou.”

Jezus wil met vele voorbeelden duidelijk maken hoe die laatste dingen zullen verlopen. Net nog gaf Hij het voorbeeld van de heer des huizes en de dief, nu weer een ander voorbeeld:
Marcus 13:34-37
“Gelijk een mens, die buitenslands ging, zijn huis overliet en aan zijn slaven volmacht gaf, aan ieder zijn werk, en de deurwachter opdroeg te waken. Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, laat in de avond of te middernacht, bij het hanegekraai of des morgens vroeg, opdat hij niet, als hij plotseling komt, u slapende vinde.
Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt!”

In dit voorbeeld is Jezus degene die ‘buitenlands’ ging.
1Thessalonisenzen 5:3
We moeten waken en niet slapen. Want over hen die slapen komt een plotseling verderf, zegt Paulus.

Mattheus 24:44
“Daarom weest ook gij bereid, want op een uur dat gij het niet verwacht komt de Zoon des mensen.”
Mattheus 24:45-47
“Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven? Zalig die slaaf die zijn heer bij zijn komst zó bezig zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, (zegt Jezus) dat hij (die Heer) hem over al zijn bezit zal stellen.”
Openbaring 20:4b
“...en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.”

Mattheus 24:46-47
“Maar als die slaaf slecht was, en in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft uit, en hij zou beginnen zijn medeslaven te slaan en met de dronkaards zou eten en drinken, dan zal de heer van die slaaf komen op een dag dat hij het niet verwacht, en op een uur dat hij het niet weet....”

1Thessalonisenzen 5:7
Paulus zegt: “...die zich bedrinken, zijn des nachts dronken, maar laten wij die de dag toebehoren nuchter zijn.”

Ook hier in het gedeelte over het terugkomen van de heer van die slaaf kunnen we zien, dat de trouwe en verstandige slaaf wel degelijk idee heeft wanneer hij zijn heer kan terug verwachten. Van de slechte slaaf zegt Jezus immers: dat zijn heer zal terugkomen op een dag, dat hij het niet verwacht en op een uur dat hij het niet weet. Met andere woorden, de goede en verstandige slaaf weet dit wel.

Over die slechte slaaf gaat Jezus dan verder:
Mattheus 24:50
“...en hij zal hem folteren en hem in het lot der huichelaars doen dalen. Daar zal het geween zijn en tandengeknars.”

Dat Jezus hier niet zomaar een voorbeeld aanhaalt, maar dat dit voorbeeld heel bewust is gebruikt om duidelijk te maken hoe de terugkeer van de Heer zal zijn en hoe wij ons daarop moeten instellen, blijkt duidelijk uit de laatste regels van dit voorbeeld.
Jezus heeft het hier duidelijk over de straf die zondaars zullen krijgen.

Mattheus 13:41-43
“De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die ongerechtigheid bedrijven, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk huns Vaders”.

Openbaring 20:11-15
Deze straf zal worden voltrokken na het duizendjarig rijk.

Lucas 21:34-36
“Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door vrees en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome, als een strik.
Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlak der ganse aarde.”




 


Schema betreffende “de LAATSTE DINGEN” volgens Matteüs 24 en Openbaring 6

Met daarop aansluitend de vraag:
Gaat de gemeente door de grote verdrukking?

De discipelen vroegen: wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld. (Aaioon=eeuw-tijdperk)

De Heer antwoordt als volgt en let daarbij op de grote overeenkomst tussen de openbaring die neergeschreven is in Matteüs 24 en de openbaring die Jezus aan Johannes geeft op Patmos: Openbaring 6.


MATTEÜS 24

OPENBARING 6

5 Ziet toe dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.

1 En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: Kom!
2 En ik zag, en zie, een wit paard, en die erop zat, had een boog en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit, overwinnende en om te overwinnen.
(Deze persoon lijkt op de Heer, maar hij is het niet. vgl. Openbaring 19:11-16)

6 Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. 7 Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, 3 En toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom! 4 En een tweede, een rossig paard, kwam, en hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkander zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven.

(St.v.) 7b En er zullen zijn hongersnoden, 5 En toen Hij het derde zegel opende, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom! En ik zag, en zie, een zwart paard, en die erop zat had een weegschaal in zijn hand.
6 En ik hoorde als een stem te midden van de vier dieren zeggen: Een maat tarwe voor een schelling en drie maten gerst voor een schelling; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn.
(Tarwe en gerst zijn dagelijkse voedingsmiddelen voor de gewone man. De prijs gaat omhoog bij schaarste. Olie en wijn is voor de rijken.We zien dat de rijke landen in niets te kort komen en dat de arme landen hongersnood hebben.)

(St.v.) 7b en pestilentiën en aardbevingen in verschillende plaatsen. 7 En toen Hij het vierde zegel opende, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom!
8 Doch dat alles is het begin der weeën. 8 En ik zag, en zie, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood, en het dodenrijk volgde achter hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood (de pest) en door de wilde dieren der aarde.

9 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil.....21 Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. 22 En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort. 9 En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden 10 En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? 11 En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij.

(De verzen 15 t/m 28 zijn een nadere uitleg van Jezus van de verzen 9 tot 14.)
vers 9 uitleg in vs. 11
vers 11 uitleg in vs. 23 t/m 26
vers 14b uitleg in vs. 27

15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op) .....
21 Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.



29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 12 En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde.

30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.

15 En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen;16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor
31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam;17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?
Door naar deel 3 van 'de laatste dingen'Terug naar deel 1 van 'de laatste dingen'Terug naar het begin van deze pagina