Gaat de gemeente wel of niet door de grote verdrukking?

 

Redenaties nader bekeken

Zolang als mensen met de bijbel bezig zijn, zijn ze het ook oneens over de uitleg.
Zo is het ook met de kwestie: gaat de gemeente wel of niet door de grote verdrukking? Deze vraag wordt mij regelmatig gesteld. Persoonlijk zou ik willen dat het waar is dat de gemeente niet door de grote verdrukking hoeft te gaan, maar ik denk genoeg argumenten te hebben om aan te nemen dat de christenen wel door de grote verdrukking gaan. Ik wil er in ieder geval op voorbereid zijn. Het probleem met de christenen die geloven dat de gemeente niet door de grote verdrukking gaat is, dat ze, als ze wel door de grote verdrukking zullen gaan, kans lopen af te vallen.

In de bijbelstudie over de laatste dingen ben ik niet zo uitgebreid ingegaan op die meningsverschillen. Alleen over 'de weerhouder' heb ik mijn gedachten weergegeven.
Voor hen die daar behoefte aan hebben zal ik hierna proberen duidelijk te maken waar de verschillen zitten.
Als ik de redenaties zo bestudeer, dan denk ik dat ze voornamelijk gebaseerd zijn op:


  1. de berekening van de 70 jaarweken van Daniël.
  2. de gedachte, dat de toorn des Heren hetzelfde is als de grote verdrukking.
  3. de weerhouder, die de Heilige Geest of de Gemeente zou zijn.
  4. de verwerping, cq aanneming uit Romeinen 11

We zullen die redenaties eens nader onderzoeken.



De berekening van de 70 (jaar) weken zoals genoemd in Daniël.

Daniël geeft een profetie door die hij van God heeft gekregen. We lezen dat stukje.


Daniël 9:24-27

24 Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven.
25 Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeenzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden.
26 En na de tweeenzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is.
27 En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is.


De zeventig (jaar) weken

In die 70 weken moet een hoop gebeuren. Het gaat om jaarweken. Zeventig zevens. Dat zijn bijbels gezien 70 jaarweken van elk 360 dagen. Dat deze jaarweken zo gezien kunnen worden is over het algemeen geen punt van discussie, dus ga ik daar niet verder op in.

De overtreding zal voleindigd worden,
de zonde afgesloten,
de ongerechtigheid zal verzoend worden,
en eeuwige gerechtigheid zal gebracht worden. Gezicht en profeet zullen bezegeld worden
en iets allerheiligst zal gezalfd worden.

Dit gebeurt allemaal in de laatste jaarweek.
Wanneer beginnen die 70 weken?
Dat lijkt niet zo moeilijk. Vers 25 zegt: Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen...
Dat is het begin. Wanneer was dat dan?
Volgens Nehemia 2 was dat in de maand Nisan, in het twintigste jaar van koning Artachsasta.
Nu lijkt het niet meer zo moeilijk om uit te zoeken op welke datum die koning het woord liet uitgaan om Jeruzalem te herstellen. Helaas ben ik geen ster in geschiedenis, dus moet ik horen wat anderen daar over zeggen. Nu wordt het dan toch nog moeilijk, want ik heb daarover een aantal verklaringen gelezen, die ... allemaal op verschillende data uitkwamen.
Dat is nou jammer, nu kunnen we de begindatum dus niet met zekerheid gebruiken om zo uit te rekenen wanneer die zeventigste jaarweek begint. Want om die zeventigste jaarweek gaat het. Dat is de jaarweek waar de meningsverschillen door ontstaan.
Veel christenen die zo stellig beweren dat we als gelovigen bij de Heer zullen zijn als de grote verdrukking er is, bouwen hun berekeningen in de eerste plaats op een begindatum die de aanvang van die 70 weken vaststelt. Men stelt dan dat die 69 weken eindigen op de dag, dat Jezus Jeruzalem binnen rijdt op een veulen. Anderen, daarentegen stellen weer, dat die 69 weken eindigen toen Jezus' openbare bediening begon, dus toen Hij dertig jaar oud was. Weer anderen...
Zo komen we niet verder. We moeten die rekenarij maar laten voor wat het is en kijken of we er uit kunnen komen door gewoon de bijbel te lezen. Dat is altijd de beste manier geweest, dus waarom nu niet? Gewoon bijbel met bijbel vergelijken.
Laten we die teksten uit Daniël 9 nog eens goed lezen en kijken of daarin aanwijzingen zitten die ons verder kunnen helpen.

25 Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden. 26 En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is;

Ik heb gemerkt dat sommige mensen het moeilijk te begrijpen vinden waarom er sprake is van twee getallen in deze tekst. Ik wil graag dat je begrijpt wat deze getallen betekenen.
Eerst worden 7 weken genoemd, dat zijn zeven jaarweken, dat is 49 jaar. Jeruzalem werd hersteld en herbouwd in die periode.

Het tweede getal is 67, daar wordt 67 jaarweken mee aangeduid. De tekst in Daniël zegt: "Na de 62 weken..." Dat betekent, na de 62 weken plus de eerder genoemde 7 weken, totaal dus 69 (jaar) weken, "zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is."

De Staten vertaling zegt:

"En na die 62 weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor hem zelven zijn..."

Eerst moeten we vaststellen wanneer dat is: na 69 weken.
Er staat NA de 62 weken. Dat is dus niet binnen die 69 weken. Het gaat om de week die volgt op die negenenzestigste. Dat is dus de zeventigste week. Dat lijkt logisch, maar in de redenaties die ik heb gelezen lijkt het net of dat niet gezien wordt.
De gezalfde die uitgeroeid wordt terwijl er niets tegen hem is wordt uitgeroeid na die 69 weken, dus in de 70ste week.

Nog nooit werd een gezalfde uitgeroeid waar niets tegen was behalve Jezus.
Jezus, de Messias, werd ook niet uitgeroeid omdat er iets tegen Hem was, maar, zoals de Staten vertaling het zo mooi zegt: het zal niet voor hem zelven zijn. Jezus stierf voor ons!

Het tweede gedeelte van vers 26 en het eerste gedeelte van vers 27 is een tussenzin. Ik kom daar nog op terug. Voor de duidelijkheid zal ik die hier als geheel weergeven:

"en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is.
27 En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang;"

Daarna wordt de profetie weer hervat over de Messias in het tweede gedeelte van vers 27.

"in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden ..."

Als we deze teksten dus goed lezen, zien we dat de Messias in de zeventigste week wordt uitgeroeid, en in de helft van die zeventigste week zal Hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden.
Voor ieder die het verhaal kent van Jezus' sterven zal het duidelijk zijn dat die twee gebeurtenissen samen vallen. Toen de Messias werd uitgeroeid scheurde het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden in tweeën. Het Lam, waar alle slacht- en spijsoffers heenwezen, was geslacht. Er waren geen offers meer nodig.
Op de helft van die laatste jaarweek, na drie en een half jaar bediening van de zoon van God op aarde, werd het verbond dat God met Israël gesloten had opgeschort. Hij heeft Israël niet verworpen. Israël is nog steeds Gods volk, maar het verbond aangaande de Messias is opgeschort.

Zoals we al in veel andere studies hebben gezien worden veel profetiën op twee manieren vervuld. Veelal zien we eerst een letterlijke vervulling en later een geestelijke vervulling. We hebben gezien dat dit ook andersom kan.
Ook bij deze teksten zullen we zien dat ‘het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden’ nog een keer zal gebeuren.

God heeft het verbond met Israël dus opgeschort, maar dat weten, of althans, dat erkennen de Joden niet. Zij gaan er vanuit dat God nog steeds een verbond met hen heeft. Daarom willen ze ook graag dat de tempel weer herbouwd wordt en de daarbij behorende offeranden willen ze weer in ere herstellen. We kunnen daar regelmatig in allerlei nieuwsbrieven en kranten over lezen.

Ook de Heer zelf heeft aangegeven dat er weer een tempel zal komen.


Mattheüs 24:15

"15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op) laten dan wie in Judea zijn,...."

Die heilige plaats wordt door Paulus in 2 Thessalonisenzen nader omschreven als ‘de tempel’.


2 Thessalonisenzen 2:4

4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is

We zien dus, dat de gruwel der verwoesting, die we ook al tegenkwamen in Daniël, zich in de tempel Gods zal zetten.
Die tempel moet er dan wel zijn. En als die er dan is zullen natuurlijk ook de offers weer gebracht worden. Maar dan komt de tegenstander van God en zal zich zetten in de tempel om aan zich te laten zien dat hij een god is. Hij zal de offers weer doen ophouden.

Dan zal de grote verdrukking losbarsten. De satan is dan op de aarde neergesmakt (Openbaring 12: 7-18 -->) en geeft zijn macht aan de gruwel der verwoesting (Openbaring 13:11-18 -->).

Daniël spreekt in hoofdstuk 12 tegen zijn volk, de Israëlieten. In vers 1 zegt hij wat over die grote verdrukking:


Daniël 12:1

1 Te dien tijde zal Michael opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden.

Gods volk, Israël, zal het eerste doelwit zijn van de duivel en zijn zoon. Het zal een tijd van grote benauwdheid voor hen zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Dit is de grote verdrukking. Maar Michaël, de grote vorst, zal hen terzijde staan. De draak, de slang, de duivel zal hen najagen, maar Israël zal kunnen vluchten naar de woestijn, waar zij onderhouden zal worden, buiten het gezicht van de slang. Drie en een half jaar lang.

Maar dat is iets wat de duivel ‘toornig’ maakt.


Openbaring 12:17

17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;

De duivel gaat dus oorlog voeren tegen de overigen van het nageslacht van Israël, met name hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben zullen het zwaar te verduren krijgen.
Wie zijn dat?
Wie zijn de overigen van het nageslacht van Israël?
Wie bewaren de geboden van God?
Wie hebben het getuigenis van Jezus?

Dat zijn niet de mensen uit de wereld. De overigen van haar nageslacht kunnen natuurlijk de Joden zijn die nog verspreid over de wereld leven. Maar hebben die ook het getuigenis van Jezus?
Paulus laat aan de Romeinen zien, dat de kinderen der belofte gelden voor nageslacht.


Romeinen 9:7-8

7 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken.
8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht.

Het gaat niet alleen om geroepenen uit de Joden, maar ook om geroepenen uit de heidenen. (Romeinen 9:25). Dat zijn de christenen uit de heidenen.

Wat we dus zien, is dat Jezus zijn bediening begon toen Hij dertig jaar oud was. Drie en half jaar trok Hij door Israël en halverwege die laatste jaarweek werd de Messias uitgeroeid, terwijl er niets tegen Hem is. Door zijn sterven heeft Hij de offers doen ophouden, een uiterlijk teken daarvan was dat het voorhangsel van boven naar beneden scheurde.
De tweede helft van die laatste jaarweek begint als de gruwel der verwoesting zich in de tempel Gods zet om aan zich te laten zien dat hij een god is. Dan begint ook de grote verdrukking voor Gods volk en de overigen van haar nageslacht die het getuigenis van Jezus hebben.


De tussenzin in Daniel 9

Toen we het hadden over de profetie die in Daniel 9 was opgeschreven hebben een tussenzin niet behandeld. Dat gaan we nu doen.

"en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is.
27 En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang;"

In deze tijd worden onze ogen steeds meer geopend voor de rol van de Islam in het wereldgebeuren. Ook krijgen we meer kennis van de Islam zelf, onder andere door boeken van Joel Richardson en Walid Shoebat. Deze schrijvers hebben een grote kennis van de Islam religie.

We leren hierdoor te begrijpen hoe de Mohammedanen denken en wat hun toekomstverwachtingen zijn zoals die opgeschreven zijn in de Koran en de Hadith. Dit zijn hun heilige geschriften.

Deze site heet niet voor niets "Bijbel Open". Het gaat om wat er in de bijbel staat, maar het kan heel leerzaam zijn om te zien wat zo'n belangrijke godsdienst als de Islam te zeggen heeft. Zeker als dit dingen zijn zoals we die in de bijbel lezen duidelijker maken.

Er zijn bijvoorbeeld een heleboel teksten in de bijbel die spreken over de antichrist. Die omschrijvingen komen sterk overeen met de omschrijving die de Islam geeft over hun, te verwachten, leider: de Mahdi.

Volgens de Islamitische geschriften zal die Mahdi een vredesverbond aangaan met een Cohen, dat is een Joodse priester. Dat verbond zal afsloten worden voor een periode van zeven jaar.
Er zijn dikke boeken geschreven over dit onderwerp, zowel door Islamitische geleerden als o.a. door de eerder genoemde schrijvers. Dit onderwerp is te groot voor deze studie. Maar als we die tussenzin uit Daniel 9 lezen en rekening houden met wat de Islam zegt, dan is die vorst die komt de Mahdi, de nieuwe Kalief van de Moslims.

Het volk wat daar bij hoort zijn dan natuurlijk de Mohammedanen. Het verbond dat hij sluiten zal zal voor velen zwaar zijn. Stel je voor, een verbond sluiten met de leider van de Mohammedanen, dat is een verbond met de duivel. Zo zullen velen in Israel dat ervaren.

Maar men zal dat verbond aangaan want men wil vrede. Israel is volledig omringd door Mohammedaanse volken die om het hardst schreeuwen dat Israel vernietigd moet worden. Dus vrede is dan heel belangrijk. En er zal vrede komen, zoals we in de bijbel kunnen lezen.

"Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen."
(1 Thessalonicenzen 5:3 NBG)

Die vrede zal plotseling veranderen in een grote verdrukking. En dat zal gebeuren als die vorst van een volk dat komt zich in de tempel zet om aan zich te laten zien dat hij een god is. Hij is de antichrist.

Als de antichrist zich in de tempel zet zal hij ook het dagelijks offer doen ophouden.
Zo is die profetie uit Daniel 9 dan twee keer vervuld. De eerste keer door Jezus, de tweede keer door de "anti Jezus".


De toorn des Heren

(Dit gedeelte staat ook in de studie over “de laatste dingen”)

Is de GROTE VERDRUKKING hetzelfde als DE DAG DES HEREN?

Vaak wordt het argument gebruikt dat de gemeente niet door de grote verdrukking gaat omdat God ons niet gesteld heeft tot toorn, zoals we kunnen lezen in Thessalonisenzen.


1 Thessalonisenzen 5:9

“9 want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus”.

Er is een verschil tussen ‘verdrukking’ en ‘toorn’.
De christenen zijn altijd al verdrukt geweest.
Verdrukking blijft hetzelfde of die nu groot is of niet. Groot geeft alleen de omvang aan.
Wat is het verschil tussen de marteldood sterven in de eerste eeuw om het getuigenis van Jezus, of de marteldood sterven om datzelfde getuigenis in de laatste eeuw?
De vervolgden van toen en die van straks hebben allemaal medewerkers Gods nodig


1 Thessalonisenzen 3:3

“om u te versterken en u te vermanen inzake uw geloof, dat niemand zou wankelen onder deze verdrukking. Gij weet immers zelf, dat wij daartoe bestemd zijn

Maar is ‘de dag van Zijn toorn’ dan hetzelfde als ‘de dag des Heren’?
Om dat uit te zoeken gaan we een aantal bijbelgedeelten met elkaar vergelijken.
We beginnen in 2 Thessalonisenzen.


2 Thessalonisenzen 2:1-4

“1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren reeds aanbrak.
3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.”

Paulus stelt hier de Thessalonicenzen gerust “met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus èn onze vereniging met Hem, .... alsof de dag des Heren reeds aanbrak.”
Duidelijk stelt Paulus hier het moment van onze vereniging met Hem gelijk met de aanvang van de dag des Heren. Maar, zegt hij, voordat dat gebeurt moet eerst de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren.

De profeet Daniël spreekt ook over die mens der wetteloosheid.


Daniël 9:27

“27 En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is.”

En:

Daniël 11:31

“31 Dan zullen strijdmachten door hem op de been gebracht worden; zij zullen het heiligdom, de vesting, ontheiligen, het dagelijks offer doen ophouden en een gruwel oprichten, die verwoesting brengt.”

En:

Daniël 12:11

“11 En van de tijd af dat het dagelijks offer wordt gestaakt en een gruwel wordt opgericht, die verwoesting brengt, zijn het duizend tweehonderd en negentig dagen;”

Uit de context van deze verzen (vs.24) blijkt, dat er een periode is vastgesteld die 70 weken duurt. We kunnen daar nu niet op ingaan, maar bedoeld zijn: jaarweken. Dat betekent dat het gaat om 70x7 jaar= 490 jaar.
In die laatste jaarweek zal het gebeuren dat die gruwel der verwoesting zich zal openbaren. Ook zal in die laatste jaarweek over het volk van Israël de overtreding worden voleindigd, de zonde afgesloten, de ongerechtigheid verzoend. Deze laatste dingen zullen gebeuren als Jezus terugkomt.

De vorst van een volk dat komen zal, zo zegt Daniël, zal in de helft van de laatste jaarweek het offeren doen ophouden waarna hij zich zal openbaren als de gruwel der verwoesting.
Jezus haalt ook Daniël aan in zijn rede over de laatste dingen:


Mattheüs 24

“15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op) .....
21 Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.”

Die tijd zal dus drie-en-een-half-jaar duren. Een halve jaarweek. Daniël spreekt in dit verband over 1290 dagen. Dertig meer dan 1260 dagen. Waarom? Ik heb daar, eerlijk gezegd, nog geen zekerheid over wat dit wil zeggen.

Deze 1260 dagen worden ook genoemd in Openbaring.


Openbaring 12:1-9, 12-14, 13:1-8

“1 En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; 2 en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.
3 En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. 4 En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. 5 En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon.
6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden.

7 En er kwam oorlog in de hemel; Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, 8 maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
9 En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.”

“12 Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft. 13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had.
14 En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.”

“1 en hij bleef staan op het zand der zee. En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering.
2 En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.
3 En ik zag een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, 4 en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?
5 En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen.
6 En het beest opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tent en hen, die in de hemel wonen.
7 En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk.
8 En allen, die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld.”

De vrouw die het mannelijk kind gebaard heeft is Israël. Het mannelijk kind is Jezus.
Israël zal 1260 dagen lang door God beschermd worden in de woestijn. 1260 dagen is 3 1/2 jaar. Ook is het een tijd, tijden en een halve tijd. Vers 6 en vers 14 vertellen hetzelfde verhaal.
Deze zelfde tijd komen we ook tegen in hoofdstuk 13 van Openbaring. Het beest zal twee en veertig maanden lang macht hebben om godslasterlijke dingen te doen en de heiligen te vervolgen.
Dit is de tijd van de grote verdrukking. Dit is niet de tijd van de ‘dag des Heren’.
Voordat die dag aanbreekt worden eerst tekenen aan het firmament zichtbaar.


Joel 2:31

“31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.”


Jesaja 13:9-13

“9 Zie, de dag des Heren komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen.
10 Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen, de zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. 11 Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen.
12 Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud en de mensen dan fijn goud van Ofir.
13 Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de Here der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn.”

Tekenen aan zon maan en sterren “Dan zal Ik aan de wereld het kwaad bezoeken...” Dit is de ‘dag des Heren’ (vs.9), de dag van Zijn brandende toorn (vs.13b).
Als we deze bijbelgedeelten met elkaar vergelijken, dan blijkt dat de dag des Heren -de dag van Zijn brandende toorn-, komt ná de tekenen aan sterren, zon en maan.
Uit Mattheüs 24 blijkt, dat deze tekenen komen “terstond na de verdrukking”.

Conclusie:
De ‘grote verdrukking’ is niet hetzelfde als ‘de dag des Heren’.


De "Weerhouder"

(Dit gedeelte staat ook in de studie over “de laatste dingen”)

We lezen Thessalonisenzen 2

2 Thessalonisenzen 2:1-10

“1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren reeds aanbrak.
3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
5 Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?
6 En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd.
7 Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; wacht slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is.
8 Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt.
9 Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten tekenen en bedrieglijke wonderen, 10 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden.”

Als we enig inzicht willen krijgen op deze teksten moeten we enkele vragen proberen te beantwoorden die dit gedeelte oproept. De antwoorden zullen uit de bijbel moeten komen, anders blijft het giswerk.

Vraag 1: Wie is de mens der wetteloosheid?

Het antwoord wordt al gegeven in dezelfde tekst.
Hij is de zoon des verderfs. De zoon van satan. Satan brengt ook een zoon in de wereld, maar naar zijn aard zal hij een tegenstander zijn van God.
De Zoon van God brengt vrede en eeuwig leven en Jezus kwam om de wet te vervullen. (Mattheüs 5:17).

Maar de zoon van satan zal verderf en wetteloosheid brengen. Zijn komst is naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedriegelijke wonderen. (2 Thessalonisenzen 2:9).

Gods Zoon kwam precies tegenovergesteld.
Hij bracht geen bedrieglijke wonderen, maar echte wonderen.
Jezus bracht geen verlokkende ongerechtigheid, maar Hij bracht Gods gerechtigheid

Vraag 2: Van wie krijgt de zoon van satan zijn macht?

Het antwoord is logisch: van zijn vader. Zo vader zo zoon.


Johannes 8:44

“44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.”

Jezus kreeg de kracht van God toen de Heilige Geest uit de hemel op Hem neerdaalde. Jezus was daarna veertig dagen in de woestijn. Toen Johannes de doper was overgeleverd, begon Jezus het evangelie Gods te prediken. Dit was voor het eerst dat Hij openbaar werd.
De satan zal de zoon des verderfs zijn kracht geven. We lezen in Openbaring 13:


Openbaring 13:11-12

“11 En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak.
12 En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt, dat de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wond genezen was.”

Openbaring 12:9
"En de grote draak werd [op de aarde] geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem."

Openbaring 13:4
"en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?"

Het beest had twee horens ALS die van het Lam, maar het sprak als de draak. Het gaat hier duidelijk om een imitatie van het Lam, de Zoon van God, maar de imitatie was niet volkomen: het beest sprak als de draak.
En dit beest oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. Het eerste beest is het vierde rijk -het herrezen (Oostelijk) Romeinse rijk, ofwel het Byzantijnse Rijk- het Kalifaat- wat heeft bestaan tot 1924. Nu zien we tekenen dat dit Kalifaat aan het herrijzen is. En als het herrezen is zal de Mahdi (voor ons de antichrist) het gaan leiden. Dan zal hij zijn macht krijgen van de draak (de duivel). (Openbaring 12:9) en (Openbaring 13:4).

Het imitatie-lam (de zoon van de duivel) spreekt als de duivel en het doet grote tekenen. (2 Thessalonisenzen 2:9 en Openbaring 13:13).

Uit Openbaring 12 en 13 blijkt dat de zoon des verderfs zijn macht krijgt als de duivel uit de hemel verwijderd wordt. (Opb.12:9) (vgl. ook 2Thessalonisenzen 2:7-8).
Ook hier zien we weer een parallel met de Zoon van God de Vader: De Zoon van God ontving alle macht toen God de hemel opende en Zijn Geest, Die een eenheid vormt met God, naar de aarde zond en Zich daarmee één verklaarde met de Zoon.
De zoon van de duivel ontvangt macht als zijn vader, die zelf een geest is, uit de hemel op de aarde komt.
Ik denk dat deze parallel niet door de duivel gewild is, maar evengoed gebeurt het wel zo.

Als we bijbel met bijbel vergelijken is het duidelijk, dat “hij die op het ogenblik nog weerhoudt” de satan is.

Nogmaals een parallel.
Jezus was al dertig jaar op aarde, maar Hij werd als het ware door Zijn Vader weerhouden om met kracht in de openbaarheid te treden.
De zoon des verderfs zal zich in de tempel zetten om zich kenbaar te maken als een god. Maar hij zal dat niet eerder doen dan dat zijn vader uit de hemel verwijderd is.
En dan zal de grote verdrukking beginnen. Drie en een half jaar lang zal die duren.


Openbaring 12:7-12

“7 En er kwam oorlog in de hemel; Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, 8 maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
9 En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.
10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen.
11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood.
12 Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.”

Hoeveel tijd?


Openbaring 12:13-14

13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had. 14 En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.”
Dat is 1260 dagen of 42 maanden. (Openbaring 12:6 and 13:5).


Openbaring 12:17

“17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben”


Openbaring 13:7

"7 En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk."

Dit nageslacht is het nageslacht van Abraham.

Romeinen 9:7-8

“7 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken.
8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht.”

Paulus spreekt hier over Messias (Christus) belijdende mensen.
De tijd van satans verdrukking zal 3 1/2 jaar duren. (Vgl. Opb. 12:6, 12:14 en 13:5).


De VERDRUKKING is het einde van een tijdperk...
maar niet het einde van alles!

Aan het einde van die verdrukkingsperiode komt Jezus.

Mattheüs 24:29-31

“29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.
30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.
31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.”
Hij zal zijn uitverkorenen verzamelen.
De doden zullen opgewekt worden en wij, als wij dan nog leven, zullen veranderd worden en voortaan bij Hem zijn. (1 Thessalonisenzen 4:15-17).

Dan zal gebeuren wat in Opb. 20:6 al gezegd is.
Wij die deel hebben aan de eerste opstanding zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem als koningen heersen, duizend jaren lang.

Een geweldige toekomst.

Als wij ons oog gericht houden op Jezus en al onze kracht van Hem verwachten, zullen wij door Hem in staat worden worden gesteld de gruwelen van de grote verdrukking te doorstaan.
Hij zal het niet toestaan, dat wij boven vermogen verzocht zullen worden. (1 Korinthiërs 10:13).

Laten we ons er geestelijk op voorbereiden te volharden in ons geloof aan Hem die ons liefheeft.


Jacobus 1:12

“12 Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.”


2 Timotheüs 2:12

“12 indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen”

De verwerping c.q. aanneming in Romeinen 11

Het vierde punt dat aangehaald wordt om te bewijzen dat de gemeente niet door de grote verdrukking gaat is gebaseerd op Romeinen 11.

Het gaat om het volgende:
Paulus zegt dat de verwerping van Israël door God, de verzoening der wereld is. Hun aannneming is leven uit de doden. Daar zal ik niets tegenin brengen.
Uitgelegd wordt, door hen die in de “pre-opstanding" geloven, dat Israël door God terzijde werd gesteld op de laatste dag van de 69 weken van Daniël. En als Hij hen weer aanneemt begint de 70ste jaarweek.
Verder wordt uitgelegd, dat de opstanding der doden de opname van de gemeente is.
De terzijdestelling van Israël had het ontstaan van de gemeente tot gevolg. De aanneming van Israël heeft tot gevolg de wegneming van de gemeente.

De stelling, dat Israël door God, op de laatste dag van de 69ste week van Daniël, ter zijde is gesteld, is gebaseerd op een omstreden berekening. Bovendien gaat ze voorbij aan vers 26 van Daniël 9, waarin staat, dat ná de 62 weken (= 7+62=69 weken) een gezalfde zal worden uitgeroeid terwijl er niets tegen hem is. Zoals we gezien hebben legt vers 27 nader uit, dat dit in de helft van de zeventigste jaarweek gebeurt, want dan zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. Het voorhangsel scheurt!
Jezus legt dan, vlak voor zijn sterven, in Mattheüs 24 uit, dat er een grote verdrukking zal komen als de gruwel der verwoesting op de heilige plaats zal staan. Als Jezus sterft eindigt de eerste helft van de zeventigste jaarweek. Als de gruwel der verwoesting in de tempel zal staan zal de laatste helft van die 70ste jaarweek werkelijkheid worden.
1260 Dagen lang zal er dan een grote verdrukking zijn.

Gesteld wordt dat in Romeinen 11 bedoeld wordt, dat God de Israëlieten heeft verworpen. En dat als zij de Messias aannemen Hij hun weer zal aannemen.
Dat is dan ‘leven uit de doden’. En dit leven uit de doden kan,volgens deze redernatie alleen maar plaats hebben bij de opstanding uit de doden als de gemeente de Heer tegemoet gaat in de lucht.
Ik denk, dat het juist is om te zien dat Israël door God verworpen is. Dit is weliswaar het gevolg van het feit dat zij de Messias hebben verworpen, maar iets verderop in Romeienen 11 wordt duidelijk gesproken over takken die weggebroken zijn. Dat is iets wat God in de hand heeft. God heeft die natuurlijke takken niet gespaard vanwege hun ongeloof.

Dan lezen we nu de tekst waarin gesproken wordt over ‘leven uit de doden’.


Romeinen 11:15

15 Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?

De gevolgde redernatie zegt dan: Wanneer Paulus in Rom.11:15 spreekt over ‘leven uit de doden’, moet dat betrekking hebben op de opstanding van hen, ‘die in Christus’ zijn. En deze omschrijving past alleen op de gemeente. Want de gemeente is gedoopt in Christus, de gemeente is zijn lichaam. Jezus was de ‘eersteling’ die opstond uit de doden, dan komen ‘die van Christus zijn’ ( 1Corr 15:23,24), dat is de gemeente. Dit is de opname der gemeente.
Wat Paulus dus zegt, nog steeds volgens deze redernatie, is dit: de terzijdestelling van Israël had het ontstaan van de gemeente tot gevolg. De aanname van Israël heeft dus tot gevolg de wegneming van de gemeente.
Met andere woorden: De 70ste week van Daniël werd uitgesteld om eerst de gemeente te bouwen. Wanneer de 70ste week alsnog aanvangt moet de gemeente compleet en van de aarde weggevoerd zijn.
De aanneming van Israël is niets anders dan het leven uit de doden - de opname der gemeente.
Tot zover de gebruikte redenatie.

Er zit een heleboel waarheid in dit verhaal, maar de conclusie dat daarmee bewezen is dat bij aanvang van de zeventigste week de gemeente compleet is en van de aarde weggevoerd is, is niet juist.
Het hele verhaal, wat aangehaald is uit Romeinen 11, klopt ook als er van wordt uitgegaan dat de gemeente wordt opgenomen ná de grote verdrukking -dat is dus aan het eind van de zeventigste week-, waarbij Israël weer aangenomen wordt als de Heer in Jeruzalem zijn vrederijk vestigt.

In de slotzin wordt uiteengezet dat de aanneming van Israël niets anders is dan het leven uit de doden. Dat is natuurlijk volkomen juist, want zo staat het ook in de bijbel. Maar om dan de ‘opname der gemeente’ gelijk te stellen aan deze gebeurtenis is niet juist. Als Israël weer wordt aangenomen, dan is dat voor hen ‘leven uit de doden’.
Net zoals dat voor ons was toen wij uit de doden wedergeboren werden.


1 Petrus 1:3

3 Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop,

Natuurlijk zullen wij ook nog eens letterlijk uit de doden worden opgewekt, tenminste als we dan overleden zijn, anders zullen wij veranderd worden. Maar we zijn reeds nu geestelijk uit de doden opgewekt. We zijn opnieuw geboren. Zo zal Israël, als zij de Heer aannemen ook ‘leven uit de doden’.

Dit hele punt maakt dus niets duidelijk over de vraag waar we mee bezig zijn: gaat de gemeente door de grote verdrukking?

Er is echter wel een interessant punt in Romeinen 11, dat, in combinatie met andere bijbelgedeelten, duidelijkheid kan geven in deze zaak. Het gaat om de verzen 25-32.


Romeinen 11:25-27

25 Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israel gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat,
26 en aldus zal gans Israel behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.
27 En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.

De goddeloosheden van Jacob zullen door de Here worden weggenomen als Hij in Sion is.

In Jeremia 3 zegt de Here:

Jeremia 3:14-17

14 Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik ben heer over u; Ik zal u nemen, een uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion,
15 en Ik zal u herders naar mijn hart geven, ....17 Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des Heren, ...

Maar voordat het zover is, voordat de Here de goddeloosheden van Jacob (=Israël) afwendt....


Zacharia 14:3-5

3 ... zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; 4 zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt....5 b En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.

Dan zal Hij aan alle verdrukkers hun verdrukking vergelden en hen die verdrukt werden, en worden, verkwikking.


2 Thessalonisenzen 1:6-9

“ bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen (heiligen) zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen.”

Op die dag zullen wij en allen die tot geloof gekomen zijn, Hem met verbazing aanschouwen. (2 Thessalonisenzen 1:10)

Dit is de dag dat onze Heer komt en wij verenigd zullen worden met Hem.
Dit is de aanvang van de dag des Heren.
En als alle tegenstand overwonnen is en de Verlosser Sion is binnengegaan, zal Hij de goddeloosheden van Jacob (Israël) afwenden.
Bij zijn sterven heeft Hij een gedeeltelijke verharding over Israël doen komen. Maar die zal weggenomen worden als de volheid der heidenen, de gelovigen uit de volken, het Koninkrijk van God is binnengegaan.
Uit vele teksten blijkt, dat de goddeloosheden van Jacob niet eerder afgewend zullen worden dan dat Jeruzalem “de troon des Heren” wordt genoemd.
Uit een en ander volgt ook, dat de gelovigen, de gemeente, niet eerder het Koninkrijk van God binnengaat, dan de dag van Jezus’ komst op de Olijfberg. En helaas zal dat pas zijn na de grote verdrukking. Ik zeg helaas omdat ik als mens niet blij kan zijn met verdrukking. Maar ik weet ook dat God bij machte is kracht te geven. Zo was het in de eerste eeuwen van het christendom en zo zal het ook in het laatst der dagen zijn.




2 Thessalonisenzen 1:10

"wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn"

Romeinen 9:25

"gelijk Hij ook bij Hosea zegt: Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk, en de niet-geliefde: geliefde.

Mattheüs 5:17

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen."

2 Thessalonisenzen 2:9

"Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten tekenen en bedrieglijke wonderen"

Openbaring 12:9

"En de grote draak werd [op de aarde] geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem."

Openbaring 13:4

"en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?"

2 Thessalonisenzen 2:9

The coming of the lawless one will be in accordance with the work of Satan displayed in all kinds of counterfeit miracles, signs and wonders,

Openbaring 13:13

"En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen."

Openbaring 12:6 and 13:5

Openbaring 12:6

"En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden."

De vrouw is Israel.Het mannelijk kind is Jezus.

Openbaring 13:5

"En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeenveertig maanden lang te doen."

1 Thessalonisenzen 4:15-17

"15 Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, 16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen."

1 Korinthiërs 10:13

No temptation has seized you except what is common to man. And God is faithful; he will not let you be tempted beyond what you can bear. But when you are tempted, he will also provide a way out so that you can stand up under it..