De feesttijden van de Heer
Deel 2 van 3 van deze bijbelstudie

 

HET WEKENFEEST MET PINKSTEREN
Het derde jaarlijkse feest


Leviticus 23:10-22 (lees dit gedeelte eerst eens door in je eigen bijbel, of in een apart venster, druk daarvoor die knop ->).

Het feest van de ongezuurde broden is nog niet afgelopen of het volgende feest begint alweer: het feest der weken, ook wel het feest van de eerstelingen genoemd.


Dit feest begint op de dag na de eerste gewone sabbat, die valt na de 15e Nisan. Vanaf die dag moeten er zeven volle weken worden geteld, tot de dag na de zevende sabbat, vijftig dagen.
De naam: wekenfeest is duidelijk.
De naam: feest der eerstelingen heeft te maken met de opdracht, dat op de eerste dag van dat feest een eerstelingsgarve van de oogst (een schoof) naar de priester gebracht moest worden, zodat hij die voor het aangezicht van God kon bewegen.
Na vijftig dagen moest niet een schoof, maar twee broden voor de Here bewogen worden. Dit is ten tijde van de eerste oogst. Israël kent twee oogsten per jaar. Deze twee broden, die eerstelingen zijn van de eerste oogst, moesten voor de Here bewogen worden op de vijftigste dag van het feest, die dan weer een heilige sabbat moest zijn ondanks het feit, dat die dag op de eertste dag van de week viel (voor ons de zondag). Het Griekse woord voor vijftigste is 'pentacoste', wat vertaald is als 'pinksteren'.

De Israëlieten werd geboden ook dit feest voor eeuwig te vieren. We hebben al eerder gezien, dat Jezus, als HET LAM, geslacht werd op de dag en het uur, die God honderden jaren daarvoor had aangewezen als de dag en het uur dat het lam geslacht moest worden tijdens de Pesach.

Die dag, de veertiende Nisan, viel op een woensdag. Woensdagmiddag na 15.00 uur is onze Heer gestorven, geslacht om onze zonden. (Zie hiervoor de aparte bijbelstudie die bewijst dat dit zo is.) ->

Donderdag de vijftiende Nisan was het een grote sabbat, want die dag begon het feest der ongezuurde broden. Na drie dagen en drie nachten, zoals Jezus zelf zo nadrukkelijk heeft gezegd in Matt.12, stond Hij op in de middag van de sabbat.
Laten we dit nog maar eens lezen.


Mattheüs 12:38-40

"Toen antwoordden Hem enige der schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien. 39.Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. 40.Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten."
De zondag die volgde op die opstandingsdag, vertoonde Jezus zich aan Maria van Magdala.


Johannes 20:16-17

"Jezus zeide tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het Hebreeuws: Rabboeni, dat wil zeggen: Meester! Jezus zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God."
Jezus zei dit op de eerste dag der week, die volgde op het Pascha. Dit was de dag waarop het feest der weken begon. Dit was de dag waarop een enkele schoof voor God bewogen moest worden. De eersteling van een oogst die nog komen moest.
Ziet u het verband al tussen de feesten die door God werden ingesteld en de dingen die met Jezus gebeurde? Jezus zei, dat Hij niet aangeraakt mocht worden omdat Hij nog niet opgevaren was naar God de Vader. De Israëlieten was geboden geen gewoon brood te eten tot op de dag, dat de eerstelingsgarve voor het aangezicht van God was bewogen.


Leviticus 23:14

"Tot op die dag zult gij geen brood, geen geroosterd of vers koren eten, totdat gij de offergave van uw God gebracht hebt."
Jezus zei :

Johannes 6:51

"Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld."
Paulus zegt :

1 Korinthiërs 10:16b

"Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus?"
Het breken van het brood is gemeenschap met Christus. Jezus aanraken is gemeenschap hebben met Hem. De Israëlieten mochten geen brood eten totdat de eerstelingsgarve voor de Here bewogen was. Zij mochten dus geen gemeenschap hebben met het brood. Dit was een beeld van het Ware Brood, Jezus.

Waarom mocht Maria Jezus dan niet aanraken?
Omdat Hij nog niet opgevaren was naar zijn Vader, naar zijn God. Jezus moest voordat er gemeenschap met Hem kon zijn, Zich bewegen voor de Vader.
Hij was de eersteling van de oogst. De Voorloper.

De eerstelingsgarve die door de priester voor God heen en weer bewogen moest worden was een beeld wat op Jezus wees.
Welke priester heeft Jezus dan voor God heen en weer bewogen ?
Jezus Zelf is die priester!


Hebreeën 9:11-12

"Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf."

Jezus is de Priester die heenging om met zijn bloed het heiligdom in te gaan, maar ook om Zich voor God te bewegen. En Hij kwam terug en vertoonde zich.


Johannes 20:27

"Jezus zeide: Vrede zij u! Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig."
Toen mochten ze Hem wel aanraken.

Waarom moest Jezus Zich voor God bewegen als de eerstelingsgarve?


Leviticus 23:11

En de priester "zal de garve voor het aangezicht des Heren bewegen, opdat gij welgevallig zijt."
De mensen zouden welgevallig zijn in Gods ogen, als de garve voor Gods aangezicht werd bewogen. Daarom moest Jezus opvaren naar God, opdat wij welgevallig zouden zijn in Gods ogen.

Ook nu blijkt weer, dat de door God ingestelde feesttijden exact kloppen met hetgeen Jezus moest meemaken.
Het zal nu ook duidelijk zijn, dat de aanvang van het feest der weken, zoals dat tegenwoordig gevierd wordt door de meeste Joden, n.l. op de dag na het begin van het feest der ongezuurde broden, niet juist is.
De bijbel laat duidelijk zien, dat dit feest na een wekelijkse sabbat moet beginnen. En ook de geschiedenis van opstanding en tijdelijke hemelvaart van Jezus tonen dit aan.
Het feest eindigt op de vijftigste dag. De pinksterdag.


PINKSTEREN

Zoals gezegd, is het pinksterfeest de laatste dag van het feest der weken.
Op deze dag moest weer iets voor God bewogen worden.
(lees hier Leviticus 23:15-22)

vers 15-17

"...tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de Here brengen. Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de Here."

Twee gebakken beweegbroden zijn de eerstelingen voor de Here.
De eerstelingsgarve die aan het begin van deze vijftig dagen voor de Here bewogen moest worden, symboliseerde het begin van de oogst.
De twee broden aan het einde van de vijftig dagen symboliseerden het einde van de eerste oogst.
Bij de eerstelingsgarve kwam geen zuurdesem te pas. Het was zelfs nog geen brood. Maar de broden, die aan het einde van de oogst voor de Here bewogen moesten worden, waren gebakken met zuurdesem.
Zoals we gezien hebben symboliseerde die eerste schoof: Jezus.
Een schoof koren of gerst kan alleen maar een schoof worden als eerst de korrel in de grond gaat en sterft, pas daarna ontstaat het nieuwe leven, de aar met de vruchten.


Johannes 12:24

Jezus zegt hier: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort."

Jezus is gestorven en Hij werd begraven in de aarde, maar God wekte Hem op en Hij kreeg nieuw leven. En dat niet alleen, Zijn sterven bracht veel vrucht voort. Deze vrucht wordt gesymboliseerd door de broden.
Het waren nogal grote broden die voor God moesten worden bewogen. Veel vrucht dus.


Mattheüs 9:37-38

Jezus zei:
"De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst."

De verleiding is groot om de reeds bekende beelden door te trekken naar de vorming van de gemeente toe. Alles lijkt er op gericht dat na het bewegen van de eerstelingsgarve (Jezus) voor God, de volgende fase zal zijn: het bakken van de broden op de Pinksterdag. M.a.w. het vormen van de vrucht van het veld tot een brood, tot een lichaam. Want dit lijkt toch het doel van de uitstorting van de Heilige Geest?

Maar waarom spreekt God dan van twee broden?
En waarom zegt Hij dan dat die broden gebakken moeten worden met zuurdesem erin?

Als die broden de gemeente zouden voorstellen, dan lijkt het beeld niet juist.
Het lichaam van Jezus is toch niet verdeeld in twee lichamen?
En het zuurdesem? Dat is toch het beeld van zonde? Hoe kunnen die broden dan de gemeente voorstellen?

Paulus spreekt heel duidelijk over de gemeente als over één lichaam. En Messiasbelijdende Joden horen daar ook bij . Efeziërs 2:11-22 -->


Romeinen 12:4-5

"Want gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden niet allen dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus."


1 Korinthiërs 10:16b-17

Als we de beweegbroden, die met Pinksteren voor God bewogen moesten worden door de priester, willen laten slaan op de gemeente van Christus, zitten we met een probleem.
Elk detail van het Pesachfeest wordt door God met uiterste precisie zo uitgevoerd als Hij het eeuwen daarvoor heeft ingesteld.
Nu komen we aan het tot in detail omschreven deel van het Pinksterfeest en nu zouden we ineens moeten denken, dat de precisie waarmee God dit alles heeft doen opschrijven niet meer van toepassing is bij de verwerkelijking van zijn plannen. Als zelfs het uur van het sterven van het "PesachLam" nauwkeurig is vastgelegd, zal dan de betekenis van de twee broden -met zuurdesem gebakken- zomaar omgezet mogen worden in één lichaam zónder zonde?
Dit kan natuurlijk niet!
Door dit wel te doen ontstaat 'inlegkunde'.

Maar hoe zit het dan wel met die broden, en hoe past het ons bekende Pinksterfeest dan in het geheel?
Laten we eerst de vragen die zich voordoen betreffende die broden uitwerken, dan zullen we later zien hoe de geschiedenis die in Hand.2 wordt verteld past in het geheel.


DE TWEE BEWEEGBRODEN VAN PINKSTEREN

We hebben ons de vraag gesteld: waarom wordt er in Leviticus 23 gesproken over twee broden en waarom moesten die broden gebakken worden met zuurdesem erin?

Het was al duidelijk, dat deze broden geen 'typen' zijn van de gemeente.
Maar wat, of wie beelden zij dan uit?

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen lezen we:

Ezechiël 37:15-23

15."Het woord des Heren kwam tot mij: Gij mensenkind neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef -het stuk hout van Efraïm- en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; 17.voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden.
18.Wanneer uw volksgenoten uw vragen: Wilt gij ons niet
meedelen, wat gij daarmee bedoelt? zeg dan tot hen:
19.Zo zegt de Here Here: zie Ik neem het stuk hout van
Jozef -dat aan Efraïm toebehoort- en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand.
20.Terwijl de stukken hout die gij beschreven hebt, voor hun ogen in uw hand zijn, zeg dan tot hen: 21.Zo zegt de Here Here: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. 22.En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken.
23.Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn."

Twee stukken hout, die Juda en Efraïm voorstellen. Twee volken, die eigenlijk één zijn, althans één zouden kunnen zijn.
Twee stukken hout, die één zullen worden in de hand van de Heer.
Het tweestammenrijk en het tienstammenrijk (waar dit zich op dit moment ook bevindt) zullen één worden in de hand van de Heer. De Heer gaat deze beide volken, deze beide broden, want zij zijn gevormd van hetzelfde materiaal, weer één maken.
Maar de broden zijn gebakken met zuurdesem! (Zuurdesum was het symbool van zonde, van slechtheid).
Wat doet de Heer daarmee?


Ezechiël 37:23b

"...Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn, en Ik hen tot een God zal zijn."

Enkele hoofdstukken eerder zegt de Here:

Ezechiël 11:17-20

"zo zegt de Here Here: Ik zal u vergaderen uit de volken en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israël geven; zij zullen daar komen en daaruit verwijderen al zijn afschuwelijkheden en al zijn gruwelen; Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun binnenste verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig mijn verordeningen zullen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn."

Voor allen die de bijbelstudie over Israël hebben gevolgd zijn dit bekende gedeelten, net als:


Joel 2:28-29

"Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten."

We hebben al eerder gezien, dat dit "daarna" van vers 28 slaat op een periode van eenwording van het volk Israël, zoals we hebben gelezen in Ezechiël. Vóór deze eenwording van Juda en Israël zullen echter nog een heleboel dingen gebeuren die verband houden met het aanbreken van de dag des Heren.

Aan het einde van de eerste oogst moesten twee broden, waar gist inzat, voor de Here worden bewogen. Het gevolg zal zijn, dat God zijn Geest uitstort "op al wat leeft". God zal, als Jezus terugkomt op de Olijfberg, deze twee volken samenbrengen in het land Israël. Dan zal Hij een nieuw verbond sluiten met hen.


Jeremia 31:31-3

"Zie de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en met het van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb toen Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden; mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik Heer
over hen ben, luidt het woord des Heren. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren:
Kent de Here; want zij zullen allen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken."

Het zuurdesem, wat in de broden zit die voor God worden bewogen, de zonden en de ongerechtigheid zullen door God worden vergeven.
Dan zal, zoals we al eerder gelezen hebben, Gods Geest worden uitgestort. Niet zo beperkt als op de Pinksterdag bijna tweeduizend jaar geleden, maar op alle vlees van Israël.


PINKSTEREN (vervolg)

We hebben zo al het een en ander behandeld wat met deze dag te maken heeft.
Toch is nog niet alles gezegd wat van belang is. Deze feestdag is de slotfeestdag van het wekenfeest, ofwel het feest der eerstelingen.
We hebben al gezien, dat de naam Pinksteren komt van het Griekse woord: Pentacoste, dat vijftigste betekent.
Het is deze vijftigste dag van het wekenfeest waar we nu nog enige aandacht aan zullen geven.

Het wekenfeest is gebaseerd op de oogst. Met name op de eerste oogst. Op de eerste dag van het feest moest een schoof voor het aangezicht van de Here bewogen worden. Deze schoof was het symbool van het begin van de oogst.
We hebben ook gezien, dat Jezus Zich voor de Vader heeft bewogen, als eersteling van de oogst. Dat was op de eerste dag van de week. Op die dag werd ook volgens Gods gebod een eerstelingsgarve voor de Here bewogen.
De voorafschaduwing, die sprak door het feest, werd werkelijkheid in Jezus.

Negenenveertig dagen gaan voorbij. De oogst is nu geheel binnen. De vijftigste dag breekt aan. Het is een dag waarop niet gewerkt mag worden. Hoewel het zondag is, is het voor de Israëlieten toch een sabbatdag, want zo heeft God dat bevolen toen Hij de feesten instelde.

Op die dag waren de discipelen allen bijeen. Dat was niet zomaar, nee, de Heer had hun gezegd te wachten op de gave die de Vader hun zou geven.


Handelingen 1:4-5

"En terwijl Jezus met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze."

Het waren allemaal Joden die daar bij elkaar waren toen Jezus dit zei. En zij waren op de hoogte van de gebruiken en overleveringen die het dagelijks leven van de Joden zozeer beïnvloeden.
Nog niet zolang daarvoor hadden ze samen de sedermaaltijd gebruikt. De gebruiken kenden ze zeer goed. Jaar op jaar, eeuw in eeuw uit werden die gebruiken doorgegeven en nagekomen.
De laatste sederavond waren ze nog niet vergeten, die zouden ze nooit meer vergeten. Op die avond nam Jezus de bekende drie matzes en trok de middelste er uit en brak die.
Hij legde uit: "dit is mijn lichaam, dat voor u verbroken wordt."
Ze hadden nooit geweten dat dat de betekenis was van deze eeuwenoude gebruiken. Ook het gebruik dat degene die voorgaat een belofte doet die hij op de vijftigste dag van het feest der weken zou inlossen kenden ze goed. Maar toen Jezus het had over de belofte van de Vader die zij zouden krijgen, begrepen ze alleen dat die belofte op de Pinksterdag zou worden ingelost.

Ze hadden wel van de Heer gehoord wat ze zouden ontvangen, maar wat dat nu precies betekende was hun onbekend.
En toen dan die Pinksterdag aanbrak, waren zij allen tezamen bijeen.


Handelingen 2:1-4

"En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken."

Het was toen op die Pinksterdag bomvol in Jeruzalem, want deze dag is een door God ingestelde sabbatdag. Iedereen die geen wettige reden had om thuis te blijven moest opgaan naar Jeruzalem om daar aanwezig te zijn als de priester de twee broden voor het aangezicht van de Here bewoog.

Laten we even stil staan bij wat daar gebeurde.
Al die mensen hoorden de discipelen spreken.


Handelingen 2:7-8

7"Zie zijn niet al deze, die daar spreken Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal?"
Wat een geweldige ervaring moet dat geweest zijn. De discipelen werden vervuld met de Heilige Geest en begonnen in andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.
De mensen werden zo aangesproken dat ze vroegen:
"Wat moeten wij doen mannenbroeders?"
Op die dag bekeerden drieduizend mensen zich en lieten zich dopen.

We gaan weer verder met de behandeling van het Pinksterfeest zoals dat oorspronkelijk was ingesteld, maar ook met zijn geestelijke betekenis.

Het feest had alles te maken met de oogst, dat is het inzamelen van de opbrengst van het land.
Dit oogstfeest, deze Pinksterdag valt in de derde maand. Dat is de maand Sivan.
Nu hebben we, toen we Leviticus 23 helemaal hebben doorgelezen, gezien, dat in de zevende maand weer een oogstfeest is, het Loofhuttenfeest.
Twee maal is er dus sprake van een oogstfeest. Twee maal wordt er ook geoogst in Israël. Maar als alle feesten ook een geestelijke betekenis hebben, en dat hebben ze, dan betekent het, dat er ook twee oogsten van zielen zijn.

We beperken ons nu tot de eerste oogst, de tweede oogst komt als we het Loofhuttenfeest behandelen.
Laten we alles nog eens op een rijtje zetten.
Op het Pinksterfeest moesten twee broden, die gezuurd gebakken zijn, voor de Here bewogen worden. "Eerstelingen voor de Here".
We hebben gezien dat deze twee broden niet de gemeente voorstellen, maar de twee volken van Israël: het tweestammenrijk Juda en het tienstammenrijk Israël.
We hebben gezien, dat als deze twee volken weer samen voor God bewogen zullen worden, Hij hen één zal maken en Zijn Heilige Geest zal uitstorten op al wat leeft.
Het bijeenvergaren van Gods volk uit alle volken en het brengen van hen naar het land Israël wordt dus getypeerd door het oogstfeest van Pinksteren.
En, zoals al gezegd, zal Hij dan Zijn Geest uitstorten op al wat leeft (van dat volk Israël -alle twaalf stammen-).

Maar wat gebeurde er dan op de Pinksterdag bijna 2000 jaar geleden?
Petrus zag ineens wat de betekenis was van wat daar gebeurde.


Handelingen 2:6

"...dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël:
En het zal zijn in het laatste der dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees;
en uw zonen en uw dochters zullen profeteren,
en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden
zullen dromen dromen;
ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal
Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen
profeteren.
En Ik zal wonderen geven in de hemel boven
en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm.
De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed,
voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.
En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept,
behouden zal worden."

Heeft God zijn plan veranderd?
Is alles wat Hij gezegd heeft over het moment van uitstorting van zijn Geest niet meer van toepassing?
Joël spreekt er toch duidelijk over dat Gods Geest na bepaalde gebeurtenissen zou worden uitgestort? Laten we dit nog eens lezen.


Joel 2:28

"Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft.."
Na welke gebeurtenissen is dat?

Dat zal zijn na de gebeurtenissen die beschreven staan in Joël 2.


Joel 2:12-27

17."Laat de priesters, de dienaren des Heren, tussen de
voorhal en het altaar wenen en zeggen: Spaar, Here, uw volk en geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad, zodat de heidenen met hen zouden spotten. Waarom zou men onder de volken zeggen: waar is hun God?
18.Toen nam de Here het op voor zijn land en Hij kreeg medelijden met zijn volk....
23.En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Here, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u neerdalen...
27.Dan zult gij weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik, de Here, uw God ben, en niemand anders; mijn volk zal nimmermeer te schande worden.
28.Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten...."

Het volk zal zich bekeren en God zal hen weer zegenen. Hij zal dan in hun midden zijn.

Ezechiël moest ook een woord van de Heer doorgeven dat op dezelfde gebeurtenissen slaat:


Ezechiël 39:22-29

"Het huis Israëls zal weten, dat Ik de Here hun God ben, van die dag af en voortaan. 23.En de volken zullen weten, dat het huis Israëls om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. 24.Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en mijn aangezicht voor hen verborgen.
25.Daarom, zo zegt de Here Here, nu zal Ik een keer brengen in het lot van Jacob en mij ontfermen over het gehele huis Israëls, en ijveren voor mijn heilige naam. 26.Zij zullen de smaad en al de ontrouw, waarmee zij Mij ontrouw geweest zijn, vergeten, wanneer zij weer in hun land wonen, veilig zonder dat iemand hen opschrikt.
27.Als Ik hen uit het gebied der volken terugbreng en hen uit de landen van hun vijanden verzamel, dan zal Ik Mij voor het oog der talrijke volken aan hen de Heilige betonen.
28.En zij zullen weten, dat Ik de Here hun God ben, zowel wanneer Ik hen in ballingschap wegvoer onder de volken, als wanneer Ik hen weer in hun eigen land verzamel, zonder dat Ik iemand van hen daar ginds achterlaat. 29.En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Here Here."

God zal een keer brengen in het lot van Jacob en Hij zal zich ontfermen over het HELE huis van Israël. Hij zal hen uit het gebied der volken verzamelen en hen bijeenbrengen op de bergen van Israël."En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord des Heren."

Gods plan is natuurlijk niet veranderd!
Alles wat God heeft gezegd zal gebeuren. Dus ook het uitstorten van zijn Geest op heel het volk Israël.
Maar nogmaals, hoe plaatsen we dan de uitstorting van Gods Geest zo'n 2000 jaar geleden?
Laten we de gebeurtenissen nog eens bekijken.
Op die Pinksterdag waren er waarschijnlijk zo'n 120 mensen bijelkaar. Zij allen werden vervuld met de Heilige Geest.
Op zichzelf is dit een geweldige gebeurtenis. Maar is dit de letterlijke vervulling van de belofte die God o.a. in Joël
gedaan had?
Nee, dit was 'slechts' een voorvervulling.

Als we aan voorvervullingen denken, denken we meestal aan een natuurlijk volk -Israël-, dat zo vaak op het natuurlijke vlak voorvervulde wat voor christenen geestelijke werkelijkheid is geworden.
Enkele voorbeelden:
Het pas behandelde Pascha, wat voor hen een letterlijke voorbijgang betekende van de engel des doods. Voor ons heeft het een geestelijke betekenis: de geestelijke dood, die komt na de natuurlijke dood, gaat aan ons voorbij door het bloed van het Lam.
Een ander bekend voorbeeld is: Het trekken uit Egypte. Het volk Israël deed dat letterlijk. Voor de christenen betekent dat: uittrekken uit de wereld, d.w.z. niet meer meedoen met zonde en alles wat daar mee te maken heeft. Een zuiver geestelijke gebeurtenis.
De intocht van het volk Israël in het beloofde land en hun strijd tegen de inwoners aldaar, allemaal letterlijke gebeurtenissen, die voor ons overgezet kunnen worden in geestelijke gebeurtenissen.
Voor de meeste christenen zijn dit bekende beelden. Ze zullen er over het algemeen geen moeite mee hebben dit soort 'voorvervullingen' over te zetten naar de geestelijke werkelijkheid die voor de christenen van toepassing is.
Maar nu komt het probleem!

Houdt de tweeledigheid van Gods plannen hiermee op?
Is het zo, dat alleen het natuurlijke volk Israël als voorbeeld kan dienen?
Dit is beslist niet zo!
Op onze beurt zijn wij, christenen, ook weer een voorbeeld voor wat later gaat komen. Het 'geestelijke', waarvan wij denken dat dat het maximale is, de werkelijkheid, is in feite ook maar weer een voorvervulling van de uiteindelijke werkelijkheid.

Voordat we zullen zien hoe deze voorvervullingsgedachte op het ons bekende Pinksterfeest van toepassing is, nemen we eerst een ander bekend gedeelte uit de bijbel ter illustratie van wat ik bedoel.


Hebreeën 8:6-12

Het gaat in dit hoofdstuk over Jezus die als hogepriester voor God, de Middelaar is geworden van een nieuw verbond. De briefschrijver haalt dan vanaf vers 8 een gedeelte aan dat uit Jeremia 31 komt.
"Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis van Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen, niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
Want dit is het verbond, waarmee Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here:
Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij
zullen Mij tot een volk zijn.
En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen.
Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken."

Wat hier staat, wordt door de christenen in dankbaarheid geaccepteerd, als zijnde voor hen geschreven. En gelukkig is het ook zo, dat God zijn wetten in onze harten heeft gelegd, en die ook in ons verstand heeft geschreven.
Zonder dat is het niet mogelijk Gode welgevallig te zijn. Nu laten wij ons leiden door de Heilige Geest Die in ons woont en ons, als wij naar Hem luisteren, ogenblikkelijk laat zien wanneer wij van Gods weg dreigen af te geraken. Van binnenuit doen wij dan wat God van ons wil.
Maar....hebben we er wel eens goed bij stil gestaan wat in deze aanhaling uit Jeremia eigenlijk staat?

De Heer zegt, dat Hij met het huis Israëls EN met het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen.
Is hier sprake van de gemeente van Jezus Christus?
Hoewel de gemeente van Jezus in zeker opzicht het geestelijke Israël is, is ze dat niet in absolute zin. Als de gemeente wel in absolute zin geestelijk Israël is, is Juda dan een ander deel van de gemeente?

In zeker opzicht heeft God elke individuele christen bij de hand genomen en uit het geestelijke land Egypte gevoerd (de wereld), maar kan van de christenen gezegd worden, als geheel, dat zij zich niet om Gods verbond bekommerd hebben?
Want dat staat er toch in Hebreeën over de Israëlieten?
En wat helemaal niet te begrijpen is, als het waar zou zijn dat deze teksten bedoeld zijn voor de christenen, is: dat God zich nu niet meer om ons bekommert.

Het zal langzamerhand wel duidelijk zijn, dat deze teksten niet in eerste instantie bedoeld zijn voor de christenen.
Nog niet helemaal overtuigd?
Vraagt u zich dan maar eens af waarom u naar bijbelstudies toegaat. Dat doet u toch om de Here te leren kennen?
Het gevolg van Gods leggen van zijn wetten in ons verstand en zijn schrijven van die wetten in ons hart moet zijn, dat wij de Here zullen kennen.
Niet dat we zomaar enig begrip van Hem zullen hebben, maar dat we Hem wezenlijk zullen kennen. Dat staat in vers 11.
"En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen."

Geen bijbelstudies meer, want iedereen zal God kennen zoals Hij maximaal te kennen is.
Dit alles is niet van toepassing op de christenen.
Is het dan allemaal niet waar dat God zijn wetten in onze harten heeft gelegd?
Gelukkig is dat wel waar. Hebr.10 bevestigt dat ook. Maar....
Maar het is alles slechts ten dele, nog onvolmaakt.
Het is alles slechts een voorvervulling. De volle werkelijkheid komt nog.
Bedenk maar dat Israël echt gespaard is voor de dood, toen het zich achter het bloed van het lam verschool. Toch was dit slechts een voorvervulling. De werkelijkheid gaat een flinke stap verder. Die gaat niet meer over een natuurlijke dood, maar die gaat over een geestelijke, eeuwige dood.

Ook de intocht in het beloofde land hebben ze in volle werkelijkheid meegemaakt.

Maar ook dit was slechts een voorvervulling van het ingaan in het hemelse beloofde land, en dat is de plaats waar wij geestelijk al mogen verblijven. (Efeziërs 2:6 ) Maar ook dit geestelijk aanwezig zijn in de hemelse gewesten is weer een voorvervulling van het straks werkelijk aanwezig zijn bij de Heer.

Heeft het dan allemaal niet zoveel waarde? Absoluut niet, beter: absoluut wel, het heeft enorm veel waarde.
Het was voor het volk Israël al geweldig om Gods volk te zijn. En toch was wat zij meemaakten in veel gevallen slechts een voorvervulling of een afschaduwing van wat wij, christenen, meemaken. Zij zouden, met recht, jaloers kunnen zijn op onze relatie met God.
Toch zijn veel van de geweldige dingen die wij als christenen ervaren ook weer voorvervullingen, of afschaduwingen van dingen die nog weer verder gaan.

Ditzelfde verhaal is ook van toepassing op die geweldige gebeurtenis van Pinksteren. Ook in dit geval zal blijken, dat alles wat daar gebeurde (en zich nog voordoet) in feite slechts een voorafschaduwing is van wat nog gaat komen.

Ook uit de aanhaling die Petrus doet vanuit Joël, blijkt duidelijk, dat de oorspronkelijke profetie een veel uitgebreider, en een meer allesomvattend karakter had, dan wat er gebeurt op die Pinksterdag bijna 2000 jaar geleden.
Volgens de profetie zal Gods Geest worden uitgestort op ALLE vlees. Dat is heel wat anders dan de, aanvankelijk, 120 mannen en vrouwen die daar in die bovenzaal bijeen waren, zelfs al tel je daar de drieduizend en de vijfduizend zielen bij die in de volgende hoofdstukken worden genoemd.
Maar ook van de tekenen op aarde: bloed en vuur en rookwalm is niets te zien geweest. En de zon is niet veranderd in duisternis en de maan niet in bloed, noch de grote en doorluchtige dag des Heren is geweest.
Kortom, de aangehaalde profetie uit Joël spreekt van heel wat meer, dan alleen de uitstorting van de Heilige Geest op 120 personen.

Waarom is die profetie uit Joël dan toch van toepassing op wat daar gebeurde?
Het antwoord zal duidelijk zijn: De Heilige Geest werd daar op die tijd uitgestort. En hoe dat precies zit met de verhouding Israël-christen is op dat moment niet belangrijk, nog afgezien van de vraag of die verborgenheid toen al bekend was.
Maar voor ons blijft de vraag openstaan: Waarom geeft God een profetie over de uitstorting van zijn Geest over een heel volk, en zien we, dat deze profetie wordt toegepast op aanvankelijk 120 personen?

Het antwoord is in weze heel simpel.
Het aantal van die groep gelovigen die als eerste vervuld werden met de Heilige Geest is in feite niet belangrijk!
Al was het er één geweest, dan nog had God zijn Geest uitgestort op die ene.
Waar het om gaat is dit:
Alle plannen van God, die Hij met het volk Israël (collectief) had en nog heeft, heeft Hij vervuld en voorvervuld in de individuele christen.

Nogmaals met andere woorden:
Heel Gods handelen met het volk Israël, vanaf de uittocht uit Egypte tot en met de nog niet vervulde beloften van herstel en wonen in het beloofde land en nog meer, zijn, of worden (voor)vervuld in elke christen afzonderlijk.

Het kernpunt waar alles om draait is, dat een heel natuurlijk volk in Gods handelen gelijkgesteld wordt aan één geestelijke christen.

Als we dit zien, kunnen we alles wat God met het volk Israël doet, en alles wat Hij met elke christen doet, in het kader van zijn heilsplannen, veel beter begrijpen.

Ten slotte nog dit over het Pinksterfeest:
Het feest geeft in symbolen de bijeenzameling van de twee volken Juda en Israël weer. Het is het bijeenbrengen van de oogst in de schuur. M.a.w. Juda en Israël worden bijeengebracht in het land Israël.

Maar is het dan niet zo, dat als er van oogst gesproken wordt in de bijbel, het gaat over de bijeenverzameling van de christenen als Jezus komt?
Nee, de oogst is voor iedere individuele christen al geweest. Iedere christen is al 'binnen gebracht in de schuur', iedere christen heeft zijn woonplaats geestelijk al in het beloofde land.

Na alles wat ik gezegd heb over de uitstorting van de Heilige Geest, dat het voor de christenen een voorvervulling is, nog niet het volmaakte, zullen er ongetwijfeld mensen zijn, die 'stijgeren' bij deze gedachte.
Toch blijft het feit bestaan, dat wij 'slechts' de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen, zoals Paulus dat zo duidelijk zegt in:

Romeinen 8:23 St.Vert.

"....maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben...."
Eerstelingen zijn nooit het geheel. De eerstelingen van de oogst, zijn enkele aren, of enkele broden, die een symbool zijn van de hele oogst.


KORTE SAMENVATTING

Het wekenfeest wordt zo genoemd, omdat het zeven weken duurt.
Het heeft te maken met de oogst.
Op de eerste dag van het feest moest een schoof, die een symbool was van de komende oogst, door de priester voor de Here bewogen worden.
We hebben gezien, dat Jezus op die eerste dag van het feest, zich voor de Vader heeft bewogen. Hij was zo de Eersteling, de Voorloper van de komende oogst.
De oogst zelf wordt gesymboliseerd door de twee broden, die gebakken moesten worden met zuurdesum erin. Het is een beeld van twee groepen mensen of volken, die gevormd zijn uit hetzelfde materiaal (koren), en die samen voor de Here bewogen worden. In die broden zit zuurdesum, wat een beeld is van zonde en slechtheid.
Het kan niet zo zijn, dat die twee broden een heenwijzende functie hebben naar de christenen, want de christenen zijn één brood, één lichaam.(1 Korinthiërs 10:17).

Ook zijn het níet de christenen uit de heidenen en de christenen uit de Joden, omdat in Christus noch Jood noch Griek is, "gij allen zijt immers één in Christus Jezus." (Galaten 3:27-28).
En één lichaam wordt niet gesymboliseerd door twee lichamen (twee broden).
Het is uit onze bijbelstudie gebleken, dat die twee broden een beeld zijn van de volken Israël en Juda. Aan het einde van de volheid der tijden, (7x7 dagen van het wekenfeest) zullen die twee volken, die van hetzelfde materiaal zijn, (zij zijn allen Israëlieten) bijeengebracht worden in het land Israël.
Zij hebben hun zonden nog niet door het bloed van Jezus laten afwassen (er zit zuurdesum in die broden), maar, zoals ze zijn, zullen zij voor de Here bewogen worden. Dan zullen zij Jezus zien; zij zullen zich verootmoedigen voor de Here,
en Hij zal verzoening over hen doen komen en zijn Geest over hen uitstorten.

Deze eerste drie feesten geven, op symbolische wijze, Gods plan weer wat Hij heeft met Israël. Maar ze zijn ook van grote betekenis voor de christenen. Want elk onderdeel van deze feesten is reeds vervuld in het leven van iedere christen individueel.
Elke christen heeft zich achter het bloed van het Lam gesteld en is uit "Egypte" getrokken. Ook hoort het zo te zijn, dat elke zonde uit zijn leven wordt gebannen en hij/zij gedoopt is (doortocht door de Rode Zee).

God heeft zich met iedere gelovige individueel verzoend en zijn Geest uitgestort. Iedere gelovige is gebracht in het 'beloofde land', en zo is ook dit laatste deel van het Pinksterfeest, geestelijk vervuld. (Efeziërs 2:6).

De eerste drie feesten, de voorjaarsfeesten, geven Gods plan weer van:

  1. Plaatsvervangend sterven (Het lam; bloed aan de deurposten).
  2. Afscheid van het wereldse (Uittocht uit Egypte). Bewust zonden wegdoen uit je leven (zuurdesum wegdoen uit het huis).
  3. Bijeenvergadering in het beloofde land; verzoening met God; uitstorting van Gods Geest. (De oogst wordt bijeengebracht in de schuur, twee broden -symbolen van de oogst- worden voor Gods aangezicht gebracht. God vergeeft en stort zijn Geest uit.)

Deze drie feesten geven Gods plan weer voor zijn volk Israël, maar óók geven ze Gods plan weer voor de heidenen.
Eens zullen alle Israëlieten zien, dat Jezus voor hen gestorven is. Zij zullen het offer dat Hij bracht aannemen, als voor hen gedaan.
Eens zullen zij zich verootmoedigen en hun zonden belijden en wegdoen.
En dan zal God zich met hen verzoenen en zijn Geest op hen allen uitstorten.

Maar dit alles is, of kan reeds voor iedere gelovige nu, voltooide profetie zijn.
Deze drie feesten hebben een dubbele betekenis.
Wat in de voorjaarsfeesten wordt aangegeven is voor het volk Israël van betekenis, maar óók voor de heidenen die leven in de tijd tussen Jezus' hemelvaart en Zijn wederkomst.
De profetische betekenis van deze feesten is, en wordt, voorvervuld in het leven van iedere christen individueel. Het is een geestelijke vervulling.
Wat Israël zal meemaken is een letterlijke vervulling.


HET BAZUINFEEST
Het vierde jaarlijkse feest

In de reeks van zeven jaarlijkse feesten, die de Here instelde om hierdoor zijn plan van verlossing te openbaren, zijn we aangekomen bij het Bazuinfeest.

Het eerste feest is het Pascha. Het letterlijk voorbijgaan van de doodsengel na de acceptatie van het plaatsvervangend bloedvergieten van het lam. Heenwijzing naar het Lam: Jezus.
Het tweede feest, is dat der ongezuurde broden. Totale reiniging van alles wat met zonde te maken heeft. Uittocht uit Egypte (de wereld).
Het derde feest is het feest der eerstelingen. Pinksteren. Bijeenvergadering van de oogst. Twee gezuurde broden (Juda en Israël) worden voor de Here bewogen. Ze worden bijeenvergaard uit de volken en gebracht naar het land Israël, waarna God zijn Geest uitstort op hen allen. Alle drie zijn voorvervuld in iedere wedergeboren christen persoonlijk.

Dan komt het bazuinfeest.

Leviticus 23:23-25

"En de Here sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten:
In de zevende maand, op de eerste dag der maand, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst. Generlei slaafse arbeid zult gij verrichten en gij zult de Here een vuuroffer brengen."

Het begin van Gods handelen wordt gesymboliseerd in feesten die in de eerste maand gevierd moeten worden.
Het eind van alles wat God van plan is te doen in deze huidige wereld wordt weergegeven in de feesten die in de zevende maand moeten worden gehouden.

Op de eerste dag van de zevende maand is dan het bazuinfeest.
Is het onlogisch om te veronderstellen, dat hier een symboliek in verscholen ligt? De zevende maand - het zevende duizendtal van jaren. De zevende dag - een sabbatdag, een rustdag. Het duizendjarig vrederijk?

Waarvoor werd de bazuin gebruikt in het oude Israël?
Het was een signaal voor oorlog.


Jeremia 4:5 en 19-21

"Boodschapt Juda, laat horen in Jeruzalem en zegt: Blaast de bazuin in het land, roept luidkeels en zegt: Verzamelt u en laat ons in de versterkte steden gaan!....O mijn binnenste, mijn binnenste! Ik moet ineenkrimpen. O wanden mijns harten! Mijn hart jaagt in mij, ik kan niet zwijgen; want bazuingeschal hoor ik, strijdrumoer!
Slag na slag wordt gemeld; ja het gehele land is verwoest; onverhoeds zijn mijn tenten verwoest, in een oogwenk mijn tentkleden.
Hoelang moet ik het signaal zien, het bazuingeschal horen?"

Jeremia tekent in dit en het volgende hoofdstuk het grote onheil wat over Israël gaat komen. Het is een tuchtiging van de Here.

Ook Sefanja moet die onheilsdag van de Here beschrijven. We lezen enkele teksten:


Sefanja 1:14-18

"Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. Dan zal Ik (zegt de Here) de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Here gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewanden als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des Heren. Door het vuur van zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden."

Is dit een onherroepelijk besluit van de Here?
Gelukkig niet! Er is een mogelijkheid tot ontkoming.


Sefanja 2:1-3

"Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, voordat het besluit tot uitvoering komt.....misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des Heren."

Deze grote en geduchte dag des Heren, die inderdaad aangekondigd wordt met bazuingeschal is echter niet de reden van het feest. Het zou ook niet logisch zijn dit onheil te gedenken met een feest. Er is niets feestelijks aan.
Het volk Israël zal tot bezinning komen. En Gods grimmigheid zal aan hen voorbijgaan.


Jesaja 26:20-21

"Kom, mijn volk, ga in uw binnenskamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is. Want zie, de Here verlaat zijn plaats om de ongerechtigheden der bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekken."

Er gaan meerdere bazuinen vooraf aan het bazuingeschal dat te maken heeft met het bazuinfeest.
Er zullen zeven bazuinen klinken, maar de laatste bazuin is het die het Koningschap aankondigt van onze Here.


Openbaring 11:15

""En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het Koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als Koning heersen tot in alle eeuwigheden."

Dit is pas reden voor een feest.
En dan zal ook gebeuren wat in Jesaja is geprofeteerd.


Jesaja 27:12-13

"Maar het zal te dien dage geschieden, dat de Here de aarde zal dorsen van de rivier af tot de beek van Egypte toe, en gij zult ingezameld worden een voor een, kinderen Israëls. En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de Here op de heilige berg te Jeruzalem."

Nehemia zag het goed, dat deze dag een dag is om blij te zijn.
(lees hier Nehemia 8:1-3 en 9-13)

Zoals al gezegd hebben die andere bazuinen ook te maken met dit alles. Het zijn de voorlopers van die laatste bazuin.
We hebben al iets gelezen over het bazuingeschal wat te maken heeft met het onheil wat uit het Noorden komt.(Jeremia).
Volgens Ezechiël is dit een groot leger wat uit het land Magog komt.(de hoofdstukken 38-39).
Ook Zacharia spreekt hierover.


Zacharia 14:1-2

"Zie er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen geplunderd worden en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden."

Er zal zich nog een vreselijke strijd afspelen in Israël.
Het zal een strijd zijn die door de Here is bewerkt. Maar als dit allemaal te zwaar dreigt te worden grijpt God in.


Zacharia 14:3-5

"Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda.
En de Here, Mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem!"

Wat een geweldig moment zal dat zijn.
En het mooiste is: iedere christen zal daarbij zijn.


1 Thessalonisenzen 4:15-17

"Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken, in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen." Ook in Kor.15 wordt deze geweldige gebeurtenis in verband gebracht met de laatste bazuin.


1Korinthiërs 15:51-52

"Zie, ik deel u een geheimenis mede, allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden."

We zien dus, dat dit bazuinfeest ook weer een tweeledig karakter heeft.
Een deel wijst op de komst van de Messias voor het volk Israël. Hij zal dan een einde maken aan alle ellende die ze te verduren hebben gehad.
Door de komst van de Messias in hun land zal er een einde komen aan de verdeeldheid die er was (twee volken), en zullen zij een tijd ingaan van rust en vrede.
De andere kant van dit verhaal is, dat de periode van geestelijke rust en vrede die nu ons deel is in Christus, omgezet zal worden in een eeuwige rust. Het beloofde land, waar we nu geestelijk al mogen verblijven zal dan ook lichamelijk betreden kunnen worden (natuurlijk wel met veranderde lichamen, zoals we in 1Kor.15 gelezen hebben).

Dit bazuinfeest is een feest waarin grote vreugde een rol speelt. Maar het is nog niet het laatste feest. Er volgen nog drie feesten.
Deze feesten zullen we hierna onderzoeken.
Eerst het feest van de GROTE VERZOENDAG.

 



Leviticus 23:15-22

15 Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn; 16 tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de Here brengen. 17 Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de Here. 18 Bij het brood zult gij zeven gave eenjarige schapen offeren en een jonge stier en twee rammen; zij zullen een brandoffer voor de Here zijn, met de bijbehorende spijsoffers en plengoffers, een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de Here. 19 Dan zult gij een geitebok ten zondoffer, en twee eenjarige schapen ten vredeoffer bereiden. 20 En de priester zal ze bewegen, bij het brood der eerstelingen, als beweegoffer voor het aangezicht des Heren bij de twee schapen: zij zullen de Here heilig zijn, zij zijn voor de priester. 21 Op deze zelfde dag zult gij een oproep doen uitgaan, gij zult een heilige samenkomst hebben, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten; het is een altoosdurende inzetting, in al uw woonplaatsen, voor uw geslachten. 22 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de Here, uw God.

Efeziërs 2:6

6 en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus,

1 Korinthiërs 10:17

17 Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood.

Galaten 3:27-28

27 Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28 Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus.

Efeziërs 2:6

6 en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus

Nehemiah 8:1-3 and 9-13

Nehemia 1 kwam het gehele volk als een man bijeen op het plein voor de Waterpoort. En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de Here aan Israel gegeven had, te halen. 2 Toen bracht de priester Ezra de wet voor de gemeente, zowel mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de zevende maand. 3 En hij las daaruit voor op het plein voor de Waterpoort van dat het licht werd tot de namiddag in tegenwoordigheid van de mannen en de vrouwen en van hen die het konden begrijpen. Het gehele volk hoorde aandachtig naar het boek der wet. (Nehemia 8:1-3, NBG). 9 En Nehemia (dat is de stadhouder) met de priester-schriftgeleerde Ezra en de Levieten, die het volk onderricht gaven, zeiden tot het gehele volk: Deze dag is voor de Here, uw God, heilig; bedrijft geen rouw en weent niet. Want het gehele volk weende, toen het de woorden der wet hoorde. 10 Voorts zeide hij tot hen: Gaat heen, eet lekkernijen en drinkt zoete dranken en zendt aan ieder voor wie niets bereid is, een deel, want deze dag is voor onze Here heilig: weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de Here, die is uw toevlucht. 11 Ook de Levieten brachten het gehele volk tot kalmte door te zeggen: Weest stil, want deze dag is heilig, weest dus niet verdrietig. 12 Toen ging het gehele volk heen, om te eten en te drinken, en een deel ervan te zenden en grote vreugde te bedrijven, want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt. 13 En op de tweede dag kwamen de familiehoofden van het gehele volk, de priesters en de Levieten bij de schriftgeleerde Ezra bijeen, en wel om de woorden der wet te onderzoeken. (Nehemia 8:9-13, NBG).