De komende 1000 jaar
Deel 2 van 3 van deze bijbelstudie



Als je op reis gaat naar een onbekende bestemming koop je reisgidsen en zoek je op het internet om zoveel mogelijk te weten te komen. Je verdiept je er in. Je verheugd je er op.

Wij, christenen, maar ook ongelovigen, zijn ook op reis. De eerstvolgende bestemming is het duizendjarig rijk.

Onze reisgids is de bijbel. We kunnen daaruit veel leren over het leven nu, maar ook over de toekomst.
Dat ik boven deze studie ‘De komende duizend jaar’ heb gezet is omdat die tijd spoedig zal aanbreken. Op het moment van schrijven (mei 2012) denk ik dat het binnen 10 tot 15 jaar zal beginnen. Misschien zelfs wel eerder.

De komende duizend jaar wordt ook wel het Millennium genoemd. Dit is een samenstelling van twee Latijnse woorden: Mille=1000 en Annium=jaren. Gelovige spreken ook wel over het 1000-jarig Vrederijk.

Net als bij zoveel onderwerpen in de bijbel zijn ook over dit onderwerp verschillende inzichten. Meestal omdat die inzichten ontstaan zijn doordat er maar enkele teksten worden gebruikt, en vaak niet eens in de context van de teksten die er omheen staan.

Deze site heet “Bijbel Open”. En zoals je op deze site zult zien verkondigen we geen mening van anderen, maar openen we de Bijbel en proberen we te begrijpen wat God’s idee over een onderwerp is door alle teksten die over een onderwerp gaan er in hun context bij te betrekken.

Mocht je iets niet duidelijk zijn, of je hebt een andere visie (met bijbels bewijs), laat het me dan weten.

Om te beginnen gaan we Openbaring 20 lezen.

HET DUIZENDJARIG RIJK


Openbaring 20

“1 En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; 2 en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3 en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten.

4 En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. 5 De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.

Dit is de eerste opstanding. 6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, [die] duizend jaren.

DE SATAN VEROORDEELD

7 En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten,
8 en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee. 9 En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, 10 en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.

HET LAATSTE OORDEEL

11 En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. 14 En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. 15 En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.”

De term “Vrederijk” wordt hier niet genoemd. Toch zal het een tijd zijn van vrede omdat de duivel dan 1000 jaar lang gebonden zal zijn, maar vooral omdat Jezus dan zal regeren. Jezus is de Vredevorst.

In de eerste verzen wordt duidelijk gemaakt dat de duivel wordt gebonden in de afgrond, en die afgrond wordt boven hem gesloten. Hoe we ons dit moeten voorstellen weet ik niet, maar het is duidelijk uit de gelezen verzen dat de duivel gedurende 1000 jaar geen kwaad kan aanrichten. Pas aan het eind van die 1000 jaar zal hij voor korte tijd worden losgelaten. (verzen 1-3 en 7). Waarom de duivel zal worden losgelaten zullen we zo zien.

Nadat Johannes gezien heeft dat de duivel werd opgesloten ziet hij tronen, en ‘zij zetten zich daarop en het oordeel werd hun gegeven’.
Wie zijn die ‘zij’ en ‘hun’?

Voor Johannes was dit duidelijk want hij kende de profetieën van het Oude testament. Hij wist wat Daniël daarover gezegd had.
Wij hebben dat Oude Testament ook, dus laten maar eens lezen in Daniël wie dat zijn die zich op de tronen zetten en aan wie het oordeel, dat is het rechtspreken, werd gegeven.


Daniël 7

Daniël 7:13-14

Het is altijd goed om het hele hoofdstuk te lezen zodat de teksten die ik nu aanhaal in hun verband gezien kunnen worden.
De teksten die een verbinding hebben met Openbaring 20 zijn:

“13 Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; 14 en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is.”


Daniël 7:17-18

“17 die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen; 18 daarna zullen de heiligen des Allerhoogsten het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden.”


Daniël 7:21-22

“21 Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht, 22 totdat de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.”


Daniël 7:27

“27 En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen.”

Ten eerste wordt duidelijk dat "iemand gelijk een mensenzoon" "met de wolken des hemels" komt.
Jezus noemt Zichzelf de 'mensenzoon' zoals we in de evangeliën lezen.
En over de wolken des hemels lezen we in Handelingen 1:9 en 11. Jezus zal weer terugkomen met de wolken des hemels net zoals Hij heengegaan is.



9 En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. ....11 Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.

Handelingen 1:9, 11



En als Jezus terugkomt krijgt Hij heerschappij en Koninklijke macht. (Daniël 7:13-14, maar ook o.a. In Lukas 1:31-33.)

Maar ook de heiligen des Allerhoogsten zullen het koningschap ontvangen (Daniël 7:18).
Deze heiligen zullen echter eerst strijd hebben te voeren tegen de 'horen' die hen zelfs zal overwinnen.
Hoe dit zal zijn komt ter sprake in de studie over Daniël/Openbaring.
Duidelijk is wel dat er recht verschaft zal worden aan de heiligen des Allerhoogste en dat de tijd nadert dat de heiligen het koningschap in bezit krijgen (Daniël 7:21-22)



31 En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32 Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33 en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen. Lucas 1:31-33.
Daniël 7:21-22

"27 En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen."

Het zijn dus de heiligen des Allerhoogsten die zich neerzetten op de tronen. De vraag is natuurlijk: Wie zijn die heiligen des Allerhoogsten?

Zowel in het Oude- als in het Nieuwe Testament worden degenen die God volgen en zijn wil doen heiligen genoemd. In het Oude Testament b.v. In Psalm 16:3 en 34:10.


3 Wat betreft de heiligen die in den lande zijn:
zij zijn de heerlijken in wie al mijn welbehagen is.
Psalm 16:3

10 Vreest de HERE, gij, zijn heiligen,
want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek.
Psalm 34:10



Ook het Nieuwe testament spreekt over heiligen.
Toen Jezus stierf gingen er graven open "en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt." Dit zijn waarschijnlijk gelovigen die gestorven waren ten tijde van Jezus' rondgang op de aarde, want zij verschenen aan velen. Het moeten bekenden zijn geweest van de opgestane gelovigen anders had men hen niet herkend als gestorvenen.

52 en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. 53 En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen.
Mattheus 27:52-53


En dan zijn er de gelovigen die te Jeruzalem waren, zij werden heiligen genoemd door Ananias (Handelingen 9:13).
Regelmatig worden gelovigen in het Nieuwe Testament 'heiligen' genoemd. Handelingen 9:32,41 en 26:10; Romeinen 1:7, 12:13, 15:25 en 16:15; 1 Korinthiërs 16:1; 2 Korinthiërs 13:12; Efeze 3:8, 4:12 enzovoort.





13 En Ananias antwoordde: Here, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; Handelingen 9:13
De EERSTE opstanding


Voor we het zullen hebben over die tweede opstanding gaan we eerst kijken naar de eerste opstanding.
Degenen die deel hebben aan de eerste opstanding zullen nooit meer te maken krijgen met de tweede dood.
Als je het hele hoofdstuk (Openbaring 20) gelezen hebt, dan heb je ook in vers 14 gelezen wat die tweede dood inhoudt. De tweede dood is de poel van vuur. Dat is de vurige oven waarin allen geworpen worden die niet in het boek des levens staan. Dat zijn allen die tot zonde verleiden en hen die de ongerechtigheid bedrijven. (Mattheüs 13:41-43).
Maar degenen die deel hebben aan de eerste opstanding zullen nooit met die poel van vuur te maken krijgen.
Zij zijn de heiligen. Niet omdat zij nooit al die slechte dingen gedaan hebben, maar omdat die slechte dingen zijn weggedaan doordat zij gewassen zijn door het bloed van Jezus.
Jezus heeft hún zonden op Zich genomen en de heiligen hebben zijn offer aanvaard als in hun plaats voltrokken.
De heiligen, wij, gelovigen in Christus, zijn dus heilig omdat Hij ons heilig heeft gemaakt.

Die eerste opstanding is dus voor alle heiligen/gelovigen, inclusief degenen die gedood worden in de tijd van de grote verdrukking. Hieruit volgt dat die eerste opstanding zal plaatsvinden aan het eind van de grote verdrukking.

Paulus komt tot dezelfde conclusie:



1Tess. 4:15-17 "wij, levenden, die achterblijven tot de komst van de Heer, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen."

In zijn tweede brief aan de Tessalonisenzen gaat Paulus hier nog een keer op in:
2Tess. 2:1-4 "1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. 3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is."

Wat we leren uit deze bijbelgedeelten is dat de eerste opstanding, de opstanding van gestorven gelovigen, samengaat met de wegvoering van alle gelovigen die dan nog leven, de Here tegemoet in de lucht. Nergens in de bijbel wordt gesproken over een 'eerste opstanding A' en een 'eerste opstanding B'.
Er is alleen één EERSTE opstanding, en die vindt plaats aan het begin van het duizendjarig Koninkrijk van God, aan het eind van de grote verdrukking, zoals we lezen in Openbaring 20.
De TWEEDE opstanding is aan het einde van die duizend jaar.
Wanneer die eerste opstanding plaats vindt is dat tevens het begin van de dag des Heren.
Maar... vóórdat dit gebeurt moet er eerst nog iets anders gebeuren, zegt Paulus.
Eerst moet de de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet. Hij zal zich in de tempel van God zetten, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Dus logischerwijs moet er eerst een tempel zijn.

Deze persoon, die in Openbaring 20:4 het beest wordt genoemd, zal de grote verdrukking inzetten. Als gevolg daarvan zullen, misschien wel miljoenen, heiligen / gelovigen het leven laten. Maar zij zullen worden opgewekt, levend gemaakt, als Jezus terugkomt. Dan zullen zij, samen met alle andere heiligen, samen met Jezus regeren, duizend jaar.


Duizend jaar vrede
 

Duizend jaar zal er een vrederijk zijn, met Jezus als Koning.
"de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jacob (=Israel) heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen."
Lukas 1:32-33.

Er staan verschillende dingen in de bijbel over die tijd van vrede. We zullen wat bijbelgedeelten lezen.

Jesaja 2:1-5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem.
2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen
3 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.
4 En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.
5 Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des Heren."

We kunnen datzelfde beeld van dit Koninkrijk van vrede, waar oorlog niet bestaat en dat geregeerd wordt door Jezus, ook vinden in Micha 4:1-5.


"1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen,
2 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.
3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.
4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de Here der heerscharen heeft het gesproken.
5 Want alle volkeren wandelen elk in de naam van zijn god, maar wij zullen wandelen in de naam van de Here, onze God, voor altoos en immer."

We lezen nog even door in hoofdstuk 5.
 


Micha 5:1-3

"1 En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten.
3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de majesteit van de naam des Heren, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn."

En dan lezen we in Jesaja 11 nog dit:



Jesaja 11:1-10

"1 En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. 2 En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; 3 ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; 4 want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden. 5 Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen.
6 Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; 7 de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; 8 dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. 9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. 10 En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn."

Enkele punten uit de voorgaande verzen:

  • Uit Sion zal de wet van de Heer gaan en uit Jeruzalem het woord van de Heer.
  • De Heer zal rechtspreken over machtige natiën, niet alleen over Israël.
  • Er zal geen oorlog meer zijn, oorlogs- gereedschap zal worden omgesmeed tot landbouw-gereedschappen. (Vandaar de naam Vrederijk).
  • Alle stammen van Israël zullen terugkeren naar Israël.
  • Het dierenrijk zal hervormd worden, wolven zullen niet meer agressief zijn en gewoon samen met de schapen zijn. Leeuwen zullen samenzijn met koeien. Slangen zullen niet meer giftig zijn. Enzovoort.

Er zijn meer dingen over het duizendjarig rijk te zeggen, in de studie over het Koninkrijk van God gaan we daar nog wat dieper op in.






Waarom Duizend Jaar?




Er is niet een direct antwoord op die vraag te vinden in de bijbel, maar er zijn wel aanwijzingen.

Ten eerste is er de schepping. God schiep zes dagen, de zevende dag rustte Hij.
Na de zondeval heeft de mens, tot nu toe, zo'n 6000 jaar geprobeerd het op zijn manier te doen hier op aarde. 6000 jaar van ploeteren, zwoegen en hard werk, maar vooral 6000 jaar alles doen zonder met God rekening te houden.
Zes dagen van 1000 jaar werk.
Petrus legt uit dat voor God duizend jaar is als één dag. (2 Petrus 3:8).
Na zes dagen van werk komt de zevende dag, de Sabbat. Dat is de dag van de Heer. De dag waarin Hij een eind maakt aan de ellende van de afgelopen 6000 jaar, en dat is de dag dat Hij Zijn Koninkrijk zal vestigen hier op aarde. (Zie ook de studie over het Koninkrijk van God).

Die dag zal dus beginnen als Jezus terugkomt op aarde en het Koningschap op Zich neemt. Als die dag aanbreekt zullen alle wedergeboren gelovigen worden opgewekt, of veranderd, en Jezus tegemoet gaan in de lucht.
Over die tijd spreekt Openbaring 20.